• Website over de 23 grondrechten in de Nederlandse Grondwet
 

Grondrechten

Artikel 17

Iedereen in Nederland moet een beroep op de rechter kunnen doen om een onafhankelijke uitspraak te krijgen.

 

LETTERLIJKE TEKST ARTIKEL 17

Niemand kan tegen zijn wil worden afgehouden van de rechter die de wet hem toekent.


TOELICHTING BIJ ARTIKEL 17

Juristen gebruiken voor dit rechtsbeginsel om een rechter te mogen inschakelen de term 'Jus de non evocando' ('het recht om niet gedagvaard te worden'). In de middeleeuwen was men van oordeel dat niemand het recht ontzegd kon worden om binnen de eigen stand voor de rechter te verschijnen. Met verdwijnen van de feodale samenleving kreeg het 'Jus de non evocando' de ruimere definitie dat iemand niet mag worden afgehouden van de rechter die de wet hem toekent, zoals nu in artikel 17 staat.
Dit rechtsbeginsel maakt overigens al vanaf 1814 deel uit van de Grondwet. Aanvankelijk stond het als artikel 102C te boek. In 1983 is deze bepaling als artikel 17 in hoofdstuk 1, dus bij de grondrechten terechtgekomen.

'Niemand kan'
Soms kiest de wetgever in de wetstekst voor 'iedere Nederlander'. In dit artikel wordt bedoeld dat iedereen die zich op Nederlands grondgebied bevindt, een beroep op de onafhankelijke rechter kan doen.
De formulering 'niemand kan...' duidt er verder op dat er ook sprake kan zijn van een horizontale werking, ofwel de verhouding tussen burgers onderling. Als burger kun je een medeburger niet afhouden van een rechter. Dit artikel heeft dus naast een verticale ook een horizontale werking.

'Tegen zijn wil'
Er staat in het artikel 'tegen zijn wil'. Het inschakelen van de rechter is een individuele, geen collectieve zaak. In dat geval had er 'tegen hun wil' gestaan. Twee individuen kunnen samen afspreken om naar aanleiding van een overeenkomst geen beroep op de rechter te doen.
Een collectieve overeenkomst met dezelfde strekking ligt een stuk moeilijker. Stel dat een werkgever met de bonden afspreekt om in een CAO een passage op te nemen om bij onenigheid over de inhoud niet naar de rechter te stappen. Zo'n CAO kan niet algemeen verbindend worden verklaard. De overeenkomst zou immers ook gelden voor mensen die niet persoonlijk aanwezig waren bij het afsluiten van de CAO. Een individuele werknemer kun je als collectief nooit het grondwettelijke recht ontnemen om zijn zaak aan de rechter voor te leggen.

Van een vergelijkbare orde is de vraag of je bij rechtspraak in eigen kring (sportbond, tuchtraad) individuen het recht kunt ontzeggen om alsnog naar de rechter te stappen. Ook hier hoeft het individu niet toe te geven om pressie om de zaak 'binnen de eigen kring' te houden. Niemand kan je ervan weerhouden de zaak alsnog aan de rechter voorleggen, zegt artikel 17.

'Rechter'
In het artikel wordt het begrip 'rechter' niet omschreven, maar dat gebeurt wel in Hoofdstuk 6 van de Grondwet. Vaak is het de wet die aangeeft bij welke rechter je hier moet zijn.

Constitutionele toetsing
In Nederland toetst de rechter handelingen van burgers en overheden aan de wet. Wat een Nederlandse rechter niet kan doen, is het toetsen van wetten aan de Grondwet. Artikel 120 van de Grondwet verbiedt dat expliciet:
De rechter treedt niet in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten en verdragen.
De achtergrond van dit artikel is dat in Nederland de Eerste en Tweede Kamer en de regering de wetten maken. Alleen zij mogen deze regels maken. De rechter moet doen wat er in de wet staat.

Het eerste lid van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens gaat duidelijk een stukje verder dan ons Grondwetsartikel 17:
Een ieder heeft het recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de wet is ingesteld.
Mocht de Nederlandse overheid zich niet aan een wet houden, kun je met dit artikel in handen de rechter alsnog vragen om e.e.a. na te gaan.

Overigens is Nederland met zijn verbod op de constitutionele toetsing zo langzamerhand een uitzondering in Europa. In dat verband zei op 20 april 2015 voormalig Nationaal Ombudsman Alex Brenninkmeijer in zijn oratie als hoogleraar aan de Universiteit Utrecht ervan overtuigd te zijn dat Nederland als rechtsstaat niet door een stresstest zou komen:
Voer hier zo snel mogelijk de constitutionele toetsing in. Als je zoals in Nederland wetten niet aan de Grondwet mag toetsen, en je ziet daarnaast dat er maar zelden een rechtszaak over de Grondwet zelf gaat, dan is onze Grondwet dus zo dood als een pier.


ARTIKEL 17 IN DE ACTUALITEIT

Links naar nieuwsitems
Kabinet stuurt twee grondwetsherzieningen naar Tweede Kamer (01.07.2016)

Grondwetsherziening 2010
Het recht op een eerlijk proces staat nu niet zo rechtstreeks in onze Grondwet en dat zou eigenlijk wel moeten volgens de Raad voor de rechtspraak in zijn wetgevingsadvies:
De Staatscommissie is unaniem van mening dat op dit moment aanvullende rechtsbescherming mogelijk is door twee aanvullingen. Het gaat om toevoeging van een algemeen recht op toegang tot de rechter en op een eerlijk proces. (…) De meerderheid van de Staatscommissie stelt voor dat te doen in de vorm van een eerste lid van artikel 17 Grondwet. Het huidige ius de non evocando kan dan worden behouden in het tweede lid van deze bepaling.

Begin 2012 nam de Eerste Kamer met algemene stemmen een motie van CDA-senator mevr. Lokin-Sassen aan. Het recht op een eerlijk proces zou niet beperkt moeten blijven tot burgerlijke en strafrechtelijke zaken noch tot Unierecht, maar zou ‘mede gelet op de opkomst van de bestuurlijke boetes, de afdoening door het OM van bepaalde overtredingen, de op handen zijnde reorganisatie van de gerechtelijke kaart en de voorstellen tot kostendekkende griffierechten’ voor alle rechtsgebieden grondwettelijk verankerd moeten zijn.

In 2014 verscheen het concept-wetsvoorstel om een bepaling over het recht op een eerlijk proces in de Grondwet op te nemen. Het nieuwe artikel zou gaan luiden:
1 Ieder heeft recht op een eerlijk proces binnen een redelijke termijn voor een onafhankelijke en onpartijdige rechter.
2 Niemand kan tegen zijn wil worden afgehouden van de rechter die de wet hem toekent.

Na aanleiding van het wetsvoorstel stelde Carolus Grütters, onderzoeker aan de Radboud Universiteit, zich in Trouw van 28 november 2014 de vraag: ‘Hebben we dan ook een afhankelijke en partijdige rechter?’. Hij vervolgde:
In de Nederlandse context is een rechter per definitie onafhankelijk en onpartijdig. De elementen 'onafhankelijk' en onpartijdig' zijn constitutieve elementen van het begrip 'rechter'. Derhalve vormen de kwalificaties 'onafhankelijk' en 'onpartijdig' in combinatie met 'rechter' in Nederlandse context een pleonasme, alsof gesproken wordt van een ronde cirkel.

Definitief wetsvoorstel
Op 1 juli heeft het kabinet een definitief wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend. Hierin stelt het kabinet voor om aan artikel 17 de volgende zin toe te voegen:
‘Ieder heeft bij het vaststellen van zijn rechten en verplichtingen of bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde vervolging recht op een eerlijk proces binnen een redelijke termijn van een onafhankelijke en onpartijdige rechter’.

Als de politiek met deze herziening akkoord gaat, zal het zal nog even duren voor deze ook daadwerkelijk in de Grondwet terechtkomt. Het gaat hier om de zogeheten ‘eerste lezing’. De voorstellen moeten zowel in de Tweede Kamer als de Eerste Kamer een meerderheid krijgen. Vervolgens moet er voor de ‘tweede lezing’ eerst een nieuwe Tweede Kamer en een nieuwe Eerste Kamer zitten. In beide kamers moeten het voorstel ‘in tweede lezing’ een absolute tweederde meerderheid krijgen.


JURISPRUDENTIE ROND ARTIKEL 17

Niet naar commissie van beroep maar rechtstreeks naar rechter
X is in april 1970 bij een hogeschool in dienst getreden als docent scheikunde. In oktober 1995 werd hij arbeidsongeschikt. Ruim twee jaar later deelde de hogeschool hem mee dat zijn dienstbetrekking zou worden beëindigd met ingang van 6 april 1998.

X vond zijn ontslag onredelijk. Hij had naar de commissie van beroep kunnen gaan waar zijn hogeschool bij aangesloten was en waar iedere werknemer beroep kan instellen tegen een besluit van de werkgever. De uitspraak van de commissie zou bindend geweest zijn voor de werkgever. Hij ging echter niet naar de commissie, maar stapte rechtstreeks naar de kantonrechter en vroeg om een schadevergoeding van ruim 300 duizend euro.
De kantonrechter verklaarde de vordering van X in december 1998 niet-ontvankelijk omdat hij als personeelslid op grond van de CAO eerst beroep had moeten instellen bij de eigen commissie van beroep. Dit oordeel werd bijna een jaar later in hoger beroep door de rechtbank bevestigd.

Vervolgens ging X in cassatie bij de Hoge Raad. Deze bleek in november 2001 een andere mening toegedaan dan de eerdere rechters.
Volgens de Hoge Raad was alleen een bepaling in de CAO niet voldoende. Dat zou alleen zo zijn als tussen de onderwijsinstelling en X persoonlijk overeengekomen was dat de beslissing van de commissie van beroep voor alle partijen zou gelden als een bindend advies. Zo'n ondubbelzinnige overeenkomst lag er in de ogen van de Hoge Raad niet, dus was X ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Er was geen reden aan te wijzen op grond waarvan de docent gehouden zou zijn het geschil eerst aan de commissie van beroep voor te leggen, aldus de Hoge Raad. X kan zijn zaak alsnog aan de kantonrechter voorleggen.
Zie het volledige arrest.


ARTIKEL 17 EN DE EUROPESE GRONDRECHTEN

Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Indien burgers menen dat hun rechten voortkomend uit het EVRM door hun overheid worden geschaad, kunnen ze uiteindelijk een procedure aanspannen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Dit komt echter nauwelijks voor. De bepalingen in het verdrag zijn algemeen verbindend, zodat de Nederlandse rechter al veel eerder het beroep op het EVRM zal accepteren en toepassen.

Artikel 6 EVRM

Recht op een eerlijk proces
1
   Bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen of bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde vervolging heeft een ieder recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de wet is ingesteld. De uitspraak moet in het openbaar worden gewezen maar de toegang tot de rechtszaal kan aan de pers en het publiek worden ontzegd, gedurende de gehele terechtzitting of een deel daarvan, in het belang van de goede zeden, van de openbare orde of nationale veiligheid in een democratische samenleving, wanneer de belangen van minderjarigen of de bescherming van het privé leven van procespartijen dit eisen of, in die mate als door de rechter onder bijzondere omstandigheden strikt noodzakelijk wordt geoordeeld, wanneer de openbaarheid de belangen van een behoorlijke rechtspleging zou schaden.

Een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld, wordt voor onschuldig gehouden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan.

Een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld, heeft in het bijzonder de volgende rechten:
a onverwijld, in een taal die hij verstaat en in bijzonderheden, op de hoogte te worden gesteld van de aard en de reden van de tegen hem ingebrachte beschuldiging
b te beschikken over de tijd en faciliteiten die nodig zijn voor de voorbereiding van zijn verdediging
zich zelf te verdedigen of daarbij de bijstand te hebben van een raadsman naar eigen keuze of, indien hij niet over voldoende middelen beschikt om een raadsman te bekostigen, kosteloos door een toegevoegd advocaat te kunnen worden bijgestaan, indien de belangen van een behoorlijke rechtspleging dit eisen
de getuigen à charge te ondervragen of te doen ondervragen en het oproepen en de ondervraging van getuigen à décharge te doen geschieden onder dezelfde voorwaarden als het geval is met de getuigen à charge
zich kosteloos te doen bijstaan door een tolk, indien hij de taal die ter terechtzitting wordt gebezigd niet verstaat of niet spreekt.

Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten
De handhaving van het IVBPR vindt plaats door het VN-Comité voor de Rechten van de Mens met achttien deskundigen uit verschillende landen. Staten die het verdrag hebben geratificeerd, zijn verplicht verslag uit te brengen over de mensenrechtensituatie in hun land. Ingezetenen van die landen hebben het recht om het comité om een mening te vragen wanneer zij menen dat hun land in strijd met het verdrag heeft gehandeld. Het comité kan daarover zijn mening geven en aanbevelingen doen. Deze kan het echter niet afdwingen.

Artikel 14 IVBPR

Allen zijn gelijk voor de rechter en de rechterlijke instanties. Bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvervolging, of het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen in een rechtsgeding, heeft een ieder recht op een eerlijke en openbare behandeling door een bevoegde, onafhankelijke en onpartijdige bij de wet ingestelde rechterlijke instantie. De terechtzitting kan geheel of ten dele met gesloten deuren plaatsvinden, hetzij in het belang van de goede zeden, de openbare orde of de nationale veiligheid in een democratische samenleving, hetzij wanneer het belang van het privé leven van de partijen bij het proces dit vereist, hetzij voor zover de rechter dit strikt noodzakelijk acht op grond van de overweging, dat een openbare behandeling het belang van de rechtspraak zou schaden; evenwel zal elk vonnis dat wordt gewezen in een strafrechtelijk of burgerrechtelijk geding openbaar zijn, tenzij het belang van jeugdige personen zich daartegen verzet of het proces echtelijke twisten of de voogdij over kinderen betreft.

Een ieder die wegens een strafbaar feit wordt vervolgd wordt voor onschuldig gehouden, totdat zijn schuld volgens de wet is bewezen.

Bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvervolging heeft een ieder, in volle gelijkheid, recht op de volgende minimumgaranties
onverwijld en in bijzonderheden, in een taal die hij verstaat, op de hoogte te worden gesteld van de aard en de reden van de tegen hem ingebrachte beschuldiging
te beschikken over voldoende tijd en faciliteiten die nodig zijn voor de voorbereiding van zijn verdediging en zich te verstaan met een door hemzelf gekozen raadsman
zonder onredelijke vertraging te worden berecht
in zijn tegenwoordigheid te worden berecht, zichzelf te verdedigen of de bijstand te hebben van een raadsman naar eigen keuze; ingeval hij geen rechtsbijstand heeft, van het recht daarop in kennis te worden gesteld; rechtsbijstand toegewezen te krijgen, indien het belang van de rechtspraak dit eist, en zonder dat daarvoor betaling van hem kan worden verlangd, indien hij niet over voldoende middelen beschikt
e de getuigen à charge te ondervragen of te doen ondervragen en het oproepen en de ondervraging van getuigen a décharge te doen geschieden op dezelfde voorwaarden als het geval is met de getuigen à charge
zich kosteloos te doen bijstaan door een tolk, indien hij de taal die ter zitting wordt gebezigd niet verstaat of niet spreekt
niet te worden gedwongen tegen zichzelf te getuigen of een bekentenis af te leggen.

Wanneer het jeugdige personen betreft, dient rekening te worden gehouden met hun leeftijd en de wenselijkheid hun reclassering te bevorderen.

Een ieder die wegens een strafbaar feit is veroordeeld heeft het recht de schuldigverklaring en veroordeling opnieuw te doen beoordelen door een hoger rechtscollege
overeenkomstig de wet.

Indien iemand wegens een strafbaar feit onherroepelijk is veroordeeld en het vonnis vervolgens is vernietigd, of indien hem daarna gratie is verleend, op grond van de overweging dat een nieuw of een pas aan het licht gekomen feit onomstotelijk aantoont dat van een gerechtelijke dwaling sprake is, wordt degene die, als gevolg van die veroordeling, straf heeft ondergaan, overeenkomstig de wet schadeloos gesteld, tenzij wordt aangetoond dat het niet tijdig bekend worden van het onbekende feit geheel of gedeeltelijk aan hemzelf te wijten was.

Niemand mag voor een tweede keer worden berecht of gestraft voor een strafbaar feit waarvoor hij reeds overeenkomstig de wet en het procesrecht van elk land bij onherroepelijke uitspraak is veroordeeld of waarvan hij is vrijgesproken.

 

Handvest Europese Unie
Nederland ratificeerde het Handvest van de Europese Unie in 1978. Ingezetenen van de unie hebben het recht het Comité voor de Rechten van de Mens om een mening te vragen wanneer zij menen dat hun land in strijd met het verdrag heeft gehandeld. Ze kunnen dat doen als ze vinden dat de nationale rechtsmiddelen zijn uitgeput. Ook dit comité kan aanbevelingen doen, maar kan deze niet afdwingen.

Artikel 47 Handvest EU

Recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht
Een ieder wiens door het recht van de Unie gewaarborgde rechten en vrijheden zijn geschonden, heeft recht op een doeltreffende voorziening in rechte, met inachtneming van de in dit artikel gestelde voorwaarden.
Een ieder heeft recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. Een ieder heeft de mogelijkheid zich te laten adviseren, verdedigen en vertegenwoordigen.
Rechtsbijstand wordt verleend aan diegenen die niet over toereikende financiële middelen beschikken, voor zover die bijstand noodzakelijk is om de daadwerkelijke toegang tot de rechter te waarborgen.

 

Uitgelicht

Nashville-verklaring

De door 250 Nederlanders ondertekende Nashville-verklaring leidde tot felle discussies. Mogen de ondertekenaars zich beroepen op de vrijheid van meningsuiting van art. 7 Gw? Zijn homo’s en transgenders door de verklaring gediscrimineerd op grond van art. 1 Gw? Welk recht weegt zwaarder?
Hoogleraar rechtsfilosofie Thomas Mertens zei er in dagblad Trouw van 8 januari 2019 over:
Hier lijkt mij toch vooral de boodschap: wij christenen zijn in de verdrukking en we houden vast aan onze waarheid. Dat is mijn waarheid niet en ook niet die van vele anderen, maar ze mogen het van mij zeggen. En van de rechter ook, vermoed ik. Het is een gevecht van een groep die zich in de verdrukking voelt in deze seculiere tijd en die waarschijnlijk nog steeds de openstelling van het huwelijk voor mensen van het gelijke geslacht betreurt. Tolerantie voor onwelgevallige meningen is cruciaal voor de vrije meningsuiting.

Lees het hele artikel

Knipoog

Parlementair taalgebruik

Op 26 september 2018 schreef Ewoud Sanders een column in NRC Handelsblad over parlementair taalgebruik.
'Na de Algemene Politieke Beschouwingen van vorige week begint de vraag zich op te dringen hoe ver politici kunnen gaan voordat zij door de Kamervoorzitter worden teruggefloten. Wilders, die de beschouwingen mocht openen, zette meteen de toon. Ik telde drie keer oprotten en één keer 'Rot zelf lekker op!' Dit was gericht tegen 'de bende van Denk', zoals Wilders ze noemde. (…) Inmiddels lijken oprotten, oppleuren en oplazeren in Haagse kringen zo geaccepteerd dat de Kamervoorzitter ze kritiekloos laat passeren. Ik vind dat opmerkelijk. Zeker als je bedenkt dat van politici nog altijd wordt verwacht dat ze een voorbeeldfunctie vervullen.'

 Lees de hele column van Ewoud Sanders.