• Website over de 23 grondrechten in de Nederlandse Grondwet
 

Kamermeerderheid wil discriminatie seksuele geaardheid in de Grondwet verbieden

Sinds kort is er een Kamermeerderheid die discriminatie op grond van handicap en seksuele geaardheid expliciet in artikel 1 van de Grondwet wil opnemen.

De wens voor een nadere specificering van het gelijkheidsbeginsel in de Grondwet is een initiatiefvoorstel van de Tweede Kamerleden Van der Ham (D66), Azough (GroenLinks) en Timmer (PvdA) van 14 juni 2010. De initiatiefnemers stelden dat de toevoeging als een signaal moet worden gezien 'enerzijds als bevestiging en verankering van hetgeen reeds bereikt is (...) , anderzijds deze zaken te bewaken en voorts aan te sporen deze verder te verbeteren'.
Het voorstel krijgt nu ook steun van CDA, ChristenUnie en SP waarmee het in de huidige Kamer een meerderheid heeft. Men hoopt nog vóór de verkiezingen van 15 maart tot een besluit van de Tweede Kamer met die strekking te kunnen komen. Belangrijk voor het realiseren van een uiteindelijke Grondwetswijziging is dat het besluit nog door de oude Kamer genomen kan worden waarna de nieuwe Kamer het in tweede lezing met een tweederde meerderheid moet bevestigen.

De Raad van State toonde zich destijds niet echt overtuigd van de noodzaak van het voorstel aangezien de voorgestelde gronden vallen onder de verzamelclausule ‘of op welke grond dan ook’ aan het eind van de opsomming in artikel 1 Gw waardoor het het karakter van een niet-limitatieve opsomming krijgt. Voor de VVD is dit op dit moment ook nog steeds de reden om tegen het voorstel te zijn.

In een redactioneel commentaar van 7 februari 2017 toonde het dagblad Trouw zich ook geen voorstander van een aanpassing. De krant noemt het onverstandig om hiervoor de Grondwet te wijzigen:
'Zo'n procedure kost jaren, waarbij het maar de vraag is of de eindstreep door wisselende meerderheden zal worden gehaald. Bovendien is angst een slechte raadgever. Artikel 1 is een robuust Grondwetsartikel dat in onze lange wetsgeschiedenis effectief is gebleken. Bovendien zullen zich altijd weer nieuwe groepen of onderwerpen, bijvoorbeeld dierenrechten, aandienen die ook opgenomen dienen te worden in de Grondwet. Uitbreiding is niet nodig, net zo min als versobering.'

Ga naar artikel 1 Gw op deze site.

 

Nieuwsarchief

Uitgelicht

Nashville-verklaring

De door 250 Nederlanders ondertekende Nashville-verklaring leidde tot felle discussies. Mogen de ondertekenaars zich beroepen op de vrijheid van meningsuiting van art. 7 Gw? Zijn homo’s en transgenders door de verklaring gediscrimineerd op grond van art. 1 Gw? Welk recht weegt zwaarder?
Hoogleraar rechtsfilosofie Thomas Mertens zei er in dagblad Trouw van 8 januari 2019 over:
Hier lijkt mij toch vooral de boodschap: wij christenen zijn in de verdrukking en we houden vast aan onze waarheid. Dat is mijn waarheid niet en ook niet die van vele anderen, maar ze mogen het van mij zeggen. En van de rechter ook, vermoed ik. Het is een gevecht van een groep die zich in de verdrukking voelt in deze seculiere tijd en die waarschijnlijk nog steeds de openstelling van het huwelijk voor mensen van het gelijke geslacht betreurt. Tolerantie voor onwelgevallige meningen is cruciaal voor de vrije meningsuiting.

Lees het hele artikel

Knipoog

Parlementair taalgebruik

Op 26 september 2018 schreef Ewoud Sanders een column in NRC Handelsblad over parlementair taalgebruik.
'Na de Algemene Politieke Beschouwingen van vorige week begint de vraag zich op te dringen hoe ver politici kunnen gaan voordat zij door de Kamervoorzitter worden teruggefloten. Wilders, die de beschouwingen mocht openen, zette meteen de toon. Ik telde drie keer oprotten en één keer 'Rot zelf lekker op!' Dit was gericht tegen 'de bende van Denk', zoals Wilders ze noemde. (…) Inmiddels lijken oprotten, oppleuren en oplazeren in Haagse kringen zo geaccepteerd dat de Kamervoorzitter ze kritiekloos laat passeren. Ik vind dat opmerkelijk. Zeker als je bedenkt dat van politici nog altijd wordt verwacht dat ze een voorbeeldfunctie vervullen.'

 Lees de hele column van Ewoud Sanders.