• Website over de 23 grondrechten in de Nederlandse Grondwet
 

Kiesraad bepleit wijzigingen Referendumwet

In een evaluatie van het Oekraïne-referendum van 6 april komt de Kiesraad tot de conclusie dat de Wet raadgevend referendum uit 2015 in de praktijk enkele duidelijke onvolkomenheden en weeffouten blijkt te bevatten. De raad bepleit daarom de wet onder andere te wijzigen op het punt van het tussentijds bekendmaken van opkomstcijfers en het elektronische indienen van referendumverzoeken mogelijk te maken. Naast het vaststellen van de officiële uitslagen van verkiezingen en referenda adviseert de Kiesraad regering en parlement over de organisatie ervan. (06.06.16)

Tussentijdse opkomstcijfers
In verband met het belang van het halen van de opkomstdrempel van dertig procent vindt de Kiesraad dat expliciet in de wet moet worden opgenomen of gemeenten tijdens een referendum tussentijds wel of geen opkomstcijfers mogen bekendmaken. Tijdens het referendum van 6 april maakten sommige gemeenten gedurende de dag bekend hoe de opkomst verliep, terwijl andere gemeenten dat bewust niet deden. De huidige wet is hier niet duidelijk over en dit leidt volgens de raad tot ‘het onbedoelde en ongewenste effect dat voorstanders van een wet gaan twijfelen over de vraag of ze moeten gaan stemmen’. Het is aan de wetgever om op dit punt duidelijkheid te verschaffen, aldus de Kiesraad. Over de vraag of er bij een raadgevend referendum een opkomstdrempel moet zijn en of die met 30 procent niet te laag ligt, doet de Kiesraad geen uitspraak. Volgens de raad is dit primair de verantwoordelijkheid van regering en parlement. Wel noemt men het in zijn algemeenheid ongewenst dat bij een referendum een opkomstdrempel kiezers tot strategische keuzes kan brengen.

Elektronische ondersteuningsverklaringen
Voor het mogen houden van een raadgevend referendum zijn 300 duizend handtekeningen van kiesgerechtigden nodig. Volgende de huidige formulering zijn uitsluitend handtekeningen op papier mogelijk en dit levert een enorme hoeveelheid papier op. De kiesraad noemt deze methode ‘buitengewoon omslachtig, niet erg klantvriendelijk, niet efficiënt en niet in lijn met het kabinetsstreven inzake digitale communicatie tussen overheid en burgers’. De raad stelt dan ook voor om elektronische indiening mogelijk te maken met behulp van DigiD. Bijkomend voordeel van zo’n aanpak is dat een betere controle van de verzoeken mogelijk wordt.

Advies Kiesraad evaluatie Wet raadgevend referendum

Nieuwsarchief

Uitgelicht


Statenverkiezingen in Caribisch Nederland
In 2010 zijn Saba, Sint-Eustatius en Bonaire bijzondere gemeenten van Nederland geworden. Bij deze operatie werd vergeten om de drie bij een provincie in te delen met als gevolg dat de Nederlandse staatsburgers daar niet in de gelegenheid zouden zijn om (indirect) hun stem uit te brengen voor de Eerste Kamer.
Om het probleem op te lossen is de Kieswet aangepast en daarvoor moest in 2017 ook de Grondwet veranderd worden. Aanvankelijk was het plan om de drie betrokken eilandsraden mee te laten stemmen voor de Eerste Kamer. Daar deed zich echter de moeilijkheid voor dat net als bij de gemeenteraden ook niet-Nederlanders voor de eilandraden mogen stemmen, terwijl voor de Statenverkiezingen het Nederlanderschap een vereiste is.
Voor de drie kleine Caribische eilanden is daarom een aparte verkiezing in de Kieswet bedacht. Tegelijk met de eilandsraadverkiezingen mogen de kiesgerechtigden met een Nederlandse nationaliteit op de eilanden ook hun stem uitbrengen voor een ‘kiescollege’. Dit college heeft als enige taak mee te doen aan de Eerste Kamer-verkiezingen. Samen zijn de drie eilanden goed voor 0,11 Kamerzetel.
(gepubliceerd op 19.03.2019)

Knipoog

Een groot misverstand

Op 26 maart 2019 is filosoof Daan Roovers benoemd tot de nieuwe Denker des Vaderlands. Die dag stond ze in een interview met Trouw onder andere stil bij de vrijheid van meningsuiting die in artikel 7 van onze Grondwet vastligt.
Er bestaat volgens Daan Roovers een groot misverstand rond het begrip:
Mensen denken dat elke uitspraak of elk vooroordeel dat je uitspreekt bijzondere bescherming verdient. Dat is denk ik een groot misverstand. De vrijheid van meningsuiting is een politiek recht van burgers ten opzichte van de overheid. Niet van kinderen ten opzichte van hun ouders, of van burgers ten opzichte van elkaar. En bij die vrijheid hoort trouwens dat je bereid bent om je mening ter discussie te stellen en kritiek van anderen aan te neme. Dát is het publieke debat.
(gepubliceerd op 26.03.2019)