Website over de 23 grondrechten in de Grondwet

Nieuws

Raad van State wijst op gevaar referenda

In zijn Jaarverslag 2016 heeft de Raad van State stevige kritiek op referenda. Ze zouden zelfs een gevaar kunnen opleveren voor onze democratie.

Elk jaar schrijft de vicepresident van de Raad van State in het jaarverslag een inleidende beschouwing over het functioneren van onze rechtsstaat. Dit jaar haalde Piet Hein Donner alle kranten met zijn kritiek op referenda. Deze volksraadplegingen zouden geen aanvulling op onze democratische middelen zijn, maar eerder voor een uitholling van de democratie kunnen zorgen.

Donner stelt dat er zich binnen het concept democratie een tweedeling aan het aftekenen is tussen de traditionele vertegenwoordigende democratie en nieuwe vormen van directe volksdemocratie. De Grondwet gaat uit van een concept waarbij een vergadering van gekozen leden het volk als geheel vertegenwoordigt. Donner ziet dat het begrip ‘vertegenwoordiging’ de afgelopen jaren van betekenis aan het veranderen is. Het is voor veel mensen steeds meer een van de bevolking afgeleid gezag geworden is waarna je snel tot de conclusie zou kunnen komen dat vormen van directe betrokkenheid in wezen democratischer zijn.

Volgens de vicepresident van de Raad van State wordt te weinig onderkend dat het bij de traditionele vertegenwoordigende democratie en de directe volksdemocratie om wezenlijk verschillende vormen van democratie gaat die je niet zo maar kunt vermengen:
‘Het ad-hoc-karakter van besluitvorming door referenda en incidentele burgerbetrokkenheid, zonder verantwoordelijkheid voor de gevolgen daarvan, verdraagt zich minder goed met de behoefte aan eenheid en continuïteit in overheidsbesluitvorming. Het verdraagt zich ook minder goed met het omvattende en overkoepelende karakter van de afweging van belangen die dit vergt. Daar was de vertegenwoordigende democratie voor ontworpen. Ondoordachte vermenging van beide vormen van democratie dreigt nu te leiden tot het geleidelijk disfunctioneren van de vertegenwoordigende organen.’
In zijn analyse noemt Donner de zorg over het functioneren van de vertegenwoordigende democratie begrijpelijk, maar die zorg mag er niet toe leiden dat vertegenwoordigende organen de besluitvorming overlaten aan de uitkomst van volksraadplegingen: ‘Onderkend moet worden dat de democratische rechtsstaat berust op het concept van de vertegenwoordigende democratie’.
Het meer betrekken van burgers bij de besluitvorming, zou vooral op lokaal niveau moeten worden beproefd. Gaat het om het Nederlandse volk als geheel, dan moet er volgens de vicepresident van de Raad van State voluit worden vastgehouden aan het instrument van de vertegenwoordigende democratie.

NRC Handelsblad noemde op 7 april 2017 de kritiek van Donner terecht, maar ook enigszins vrijblijvend omdat hij zelf ook niet met oplossingen komt:
‘Een iets positiever signaal was wel fijn geweest. (…) ‘Burgerinitiatieven’ worden politiek niet beloond, terwijl het Oekraïne- referendum vooral liet zien welke zwakke punten dit middel kent. Donner stuurt met zijn kritiek de burger terug in zijn (stem)hok waar hij één keer per vier jaar de Kamer mag kiezen – maar meer ook niet. Dat is en blijft toch nogal mager.’

Zie volledige tekst Jaarverslag 2016 van de Raad van State.

Uitgelicht

Academische vrijheid

In een advies aan minister Rianne Letschert van Onderwijs houdt de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen een pleidooi om de academische vrijheid in de Grondwet op te nemen. KNAW vindt dat de vrijheid om naar eigen inzicht onderzoek te doen en onderwijs te verzorgen op dit moment onvoldoende wettelijk verankerd is om aan bedreigingen het hoofd te bieden. Het nieuwe artikel zou kunnen luiden: ‘De academische vrijheid wordt geëerbiedigd en bevorderd.’

Ineke Sluiter, die deel uitmaakte van de KNAW-commissie, zei erover in NRC van 15 oktober 2026:
Je ziet nu de normalisering van een bepaalde minachting van universiteiten, ook vanuit de politiek. Argwaan zaaien, generalisaties over wat er daar allemaal zou gebeuren. Ook dat ondermijnt het vertrouwen in de wetenschap. Zo ver als in de VS gaat het niet, maar ook hier putten de politieke flanken uit het handboek dat daar wordt gevolgd. (25.10.2026)

Bekijk oude afleveringen Uitgelicht

Nieuw verschenen

 Schimmelpeninck

Hans Verbeek

De vergeten minister-president

Hans Verbeek beschrijft het leven van Gerrit Schimmelpenninck (1794-1863), zoon van Rutger Jan Schimmelpenninck die in de Franse tijd staatshoofd van Nederland was. Zelf werd Gerrit Schimmelpenninck in 1848 de eerste minister-president van Nederland, zij het slechts twee maanden. Hij was in 1848 de grote tegenstander van Thorbecke bij het tot stand komen van de nieuwe grondwet.
Hans Verbeek wil in zijn boek het beeld nuanceren van de progressieve liberaal Thorbecke tegenover een conservatieve graaf Schimmelpenninck die niets van grondwetswijzigingen wilde weten. Aan de hand van een reconstructie van de gebeurtenissen in 1848 beschrijft Verbeek de opkomst en ondergang van deze markante man. (20.04.2026)

ISBN 9789044660586, Prometheus Amsterdam, 2026

Lees meer over nieuwe boeken!

 

Knipoog

Het voorkomen van het kwaad

Bij de behandeling van de asielwetten in de Eerste Kamer in april 2026 kwam ook de functie van de Eerste Kamer weer eens uitgebreid aan de orde. Een discussie die al in 1848 ontstond toen de liberale coryfeeën Johan Rudolph Thorbecke en Dirk Donker Curtius het volkomen oneens bleken over de toekomst van de Eerste Kamer.

Bij zijn pogingen om de Nederlandse staatsinrichting te hervormen was Thorbecke in 1848 stellig van plan om de Eerste Kamer op te heffen. Hij noemde deze ‘zonder grond en doel’.
Dat dat niet lukte, moet op het conto van minister Donker Curtius worden geschreven. In zijn biografie De man van 1848 over Dirk Donker Curtius schrijft Mathijs van de Waardt over deze kwestie (pag. 246):

Donker zocht in de Eerste Kamer een instelling voor 'bedaarde overweging'. De Eerste Kamer was 'een waarborg tegen overijling, eene beperking van hartstogten in onrustige tijden, een bolwerk voor de troon' en daarnaast 'een krachtigen steun der wet'.
Dat de Kamer zelf niet veel bewerkstelligde, maar een waarborg was, was voor Donker evident. Hij benadrukte nog eens ‘dat in het algemeen het nut eener Eerste Kamer, hoe ook zamengesteld, meer gelegen is in het voorkomen van het kwaad dan in het stichten van het goede.
(20.04.2026)

Bekijk oude afleveringen Knipoog