• Website over de 23 grondrechten in de Nederlandse Grondwet
 

Centrale Raad keurt korting op uitkering vrouw met niqaab goed

Utrecht legde een vrouw een korting op haar gezinsuitkering op omdat ze bij een sollicitatietraining haar gezichtsbedekkende niqaab niet wilde afdoen.

De gemeente stuurde de vrouw in 2013 naar een training om het vinden van een baan te bespoedigen. De vrouw is moslima en draagt een niqaab die haar hele gezicht bedekt. Het dragen van de niqaab tijdens de training was verboden, omdat het de re-integratie zou belemmeren. Een hoofddoek mocht ze wel dragen. Een ambtenaar wees haar verschillende keren op die regel, maar de vrouw weigerde haar niqaab af te doen.
Daarop verlaagde de gemeente als sancie de bijstandsuitkering van het gezin gedurende twee maanden met 30 procent. Het ging om een bedrag van in totaal zo’n 500 euro.

De vrouw ging in beroep en uiteindelijk kwam de zaak voor bij de Centrale Raad van Beroep in Utrecht, het hoogste echtscollege in dergelijke zaken. De Centrale Raad wees onlangs haar beroep tegen de korting af. De inbreuk op haar vrijheid een niqaab te dragen en daarmee op de vrijheid van godsdienst, was volgens het college nodig ‘in het belang van de rechten en vrijheden van anderen’.
Letterlijk staat in het vonnis: ‘De kans dat appellante snel uitstroomt naar arbeid is als gevolg van het dragen van een niqaab minimaal. Het onbedekte gezicht speelt een belangrijke rol in het contact tussen personen en vormt bij het verkrijgen van arbeid een belangrijk element in de besluitvorming. Aannemelijk wordt geacht dat in de huidige maatschappelijke context, het dragen van een niqaab belemmerend werkt bij het verkrijgen van toegang tot de arbeidsmarkt, wat een onnodige druk legt op de publieke middelen. Gelet hierop moet (…) de inbreuk op het recht op godsdienstvrijheid in de vorm van een verbod een niqaab te dragen tijdens een werktraining noodzakelijk worden geacht in het belang van de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.’

Met dezelfde formulering ‘in het belang van rechten van anderen' heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in 2015 het Franse verbod op het dragen van gezichtsbedekkende kleding in de openbare ruimte in stand gelaten.
Voor de vrouw uit Utrecht maakte het resultaat niet veel meer uit, want haar man kreeg werk in Engeland en het gezin is inmiddels daar naartoe verhuisd.

NRC Handelsblad vroeg Titia Loenen, hoogleraar mensenrechten aan de Universiteit Leiden, om commentaar op de uitspraak. Ze noemde het vonnis niet verrassend: ’Het gaat niet in tegen bestaande rechtspraak. De nationale autoriteiten hebben ruime beleidsvrijheid op dat gebied. In 2011 ging Frankrijk ook zijn bevoegdheid niet te buiten met een verbod op bedekkende kleding. Daar zat ook het idee achter dat je moet kunnen communiceren.’

Over een compleet verbod op gezichtsbedekkende kleding wordt in Nederland al jaren gesproken. Eind november 2016 stemde een meerderheid van de Tweede Kamer in met een boerkaverbod in delen van de openbare ruimte. Het voorstel houdt in dat boerka’s, niqaabs, bivakmutsen en integraalhelmen verboden worden in het onderwijs, het openbaar vervoer, ziekenhuizen en in overheidsgebouwen.
Het is nog onbekend of er ook een meerderheid in de Eerste Kamer is voor het verbod. De partijen die dinsdag vóór het verbod stemden in de Tweede Kamer hebben op dit moment wel een meerderheid in de Eerste Kamer. Eerder adviseerde de Raad van State negatief over het voorstel. Volgens de raad moeten scholen en ziekenhuizen zelf regels kunnen maken over gezichtsbedekkende kleding.

Uitspraak Centrale Raad van Beroep (9 mei 2017)

Nieuwsarchief

Uitgelicht

Democratische rechtsorde

Op 2 juni 2022 hield Herman Tjeenk Willink in de Gotische Zaal van de Raad van State de lezing ‘Tot zover ben ik gekomen’. De oud vice-president van de Raad van State begon zijn publiek te vertellen dat ze niets nieuws zouden horen. Wat hij ging zeggen, zei hij al heel lang, maar er werd tot u toe niet naar hem geluisterd.

Zoals het nu gaat, gaat het mis, hield Herman Tjeenk Willink zijn toehoorders voor:
Het functioneren van de overheid zelf holt de democratische rechtsorde uit die ook een sociale rechtsorde pretendeert te zijn. Daarvan worden burgers die van de overheid afhankelijk zijn, zij die het niet zo goed getroffen hebben, als eersten het slachtoffer. [...]
Burgers zijn de laatste veertig jaar onzeker geworden over wat zij van de overheid mogen verwachten. De sociale grondrechten, ‘kernverantwoordelijkheden’ van de overheid, werden in 1983 met algemene stemmen in de Grondwet opgenomen, maar speelden de afgelopen 35 jaar in het politieke debat nauwelijks een rol. Het besef dat de klassieke en sociale grondrechten met elkaar verband houden, niet voor niets in één hoofdstuk zijn opgenomen, lijkt te zijn verdwenen. (29.06.22)

Bekijk oude afleveringen Uitgelicht

Pas verschenen

boeken

 

 

Prof. mr. A.W. Heringa e.a.
Staatsrecht

Onlangs verscheen de veertiende druk van Staatsrecht dat in 1972 voor het eerst verscheen onder de titel Compendium van het Staatsrecht en geschreven werd door T. Koopmans. Inmiddels is dit compendium uitgegroeid tot een standaardwerk van 660 pagina’s. Auteurs Aalt Willem Heringa, Luc Verhey en Wytze van der Woude hebben hun Staatsrecht voor de nieuwe druk flink onder handen genomen en met name de structuur van het boek drastisch gewijzigd. Vanuit het staatsrecht hebben de auteurs hebben geprobeerd constitutionele kwesties te beschrijven in hun maatschappelijke context.

CoverStaatsrecht

Kijk hier voor meer nieuwe publicaties

 

 

Knipoog

Doe eenen ander niet...

In 1798 kreeg Nederland zijn Staatsregeling voor het Bataafsche Volk. Artikel 6 van deze eerste Nederlandse grondwet luidde:
Alle de pligten van den Mensch in maatschappij hebben hunnen grondslag in deze heilige Wet: Doe eenen ander niet, hetgeen gij niet wenscht dat aan u geschiede. Doe aan anderen, ten allen tijde, zoo veel goeds, als gij, in gelijke omstandigheden, van hun zoudt wenschen te ontvangen.

Al wekenlang bivakkeren ‘anderen’ in de buitenlucht van Ter Apel. Een goed moment om je te realiseren dat dit artikel 6 bijna 225 jaar na dato nog niets aan zeggingskracht verloren heeft.
(Eerlijkheid gebiedt overigens om hier meteen aan toe te voegen dat het bewuste artikel in de volgende Staatsregeling 1806 alweer verdwenen was.) (5.09.22)

Bekijk oude afleveringen Knipoog