• Website over de 23 grondrechten in de Nederlandse Grondwet
 

Sleepwet krijgt laatste raadgevend referendum

Op 21 maart 2018 kunnen de Nederlanders via een raadgevend referendum hun mening geven over de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, ofwel de Sleepwet.

Minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken schrijft in een brief aan de Tweede Kamer dat uit een steekproef van de Kiesraad gebleken is dat ruim 384 duizend geldige handtekeningen voor het referendum zijn verzameld, terwijl er 300 duizend nodig waren. Verder schrijft de minister in haar brief dat de invoering van de Sleepwet om technische redenen - dus in haar ogen los van het referendum - verschoven wordt van 1 januari naar 1 mei 2018.

De Sleepwet beoogt een modernisering van de oude Wet op de inlichtingendiensten die uit 2002 stamt en daarmee ongeveer uit het pre-digitale tijdperk. Tegenstanders van de Sleepwet menen dat de inlichtingen- en veiligheidsdiensten met deze wet in de hand alle mogelijke informatie over het internetverkeer kunnen verzamelen en zo op grote schaal gegevens van burgers kunnen onderscheppen en bewaren. De nieuwe wet heeft als bijnaam Sleepwet gekregen omdat de overheid er informatie mee kan verzamelen op de manier van vissers die met sleepnetten de zee leegvissen.

Voorafgaand aan de brief ontstond er in de nieuwe coalitie een discussie over het referendum. Aanleiding was de uitspraak van CDA-leider Buma die in de Volkskrant zei dat het kabinet de uitslag hoe dan ook naast zich neer zou moeten leggen, omdat ze de volksraadpleging in deze vorm willen schrappen. In het nieuwe Regeerakkoord 2017-2021 staat dat het raadgevend referendum niet gebracht heeft wat ervan werd verwacht en dat de vier coalitiepartijen daarom hebben afgesproken de Wet raadgevend referendum in te trekken.

De datum van het referendum in maart betekent dat het referendum waarschijnlijk tegelijk met de gemeenteraadsverkiezingen zal plaatsvinden met alle mogelijke gevolgen van dien voor de opkomstdrempel van 30 procent voor een raadgevend referendum.
Er blijkt nóg een addertje onder het gras te zitten. Inmiddels hebben staatsrechtdeskundigen er namelijk op gewezen dat het laten samenvallen van de gemeenteraadsverkiezingen en het referendum voor complicaties kan zorgen omdat het electoraat van beide stemmingen verschillend is. Inwoners van een gemeente die niet het Nederlanderschap bezitten, zullen op 21 maart wél mogen deelnemen aan de gemeenteraadsverkiezingen, maar niet aan het referendum. Organisatorisch zal dit ongetwijfeld de nodige problemen opleveren, vreest men.

Nieuwsarchief

Uitgelicht


Statenverkiezingen in Caribisch Nederland
In 2010 zijn Saba, Sint-Eustatius en Bonaire bijzondere gemeenten van Nederland geworden. Bij deze operatie werd vergeten om de drie bij een provincie in te delen met als gevolg dat de Nederlandse staatsburgers daar niet in de gelegenheid zouden zijn om (indirect) hun stem uit te brengen voor de Eerste Kamer.
Om het probleem op te lossen is de Kieswet aangepast en daarvoor moest in 2017 ook de Grondwet veranderd worden. Aanvankelijk was het plan om de drie betrokken eilandsraden mee te laten stemmen voor de Eerste Kamer. Daar deed zich echter de moeilijkheid voor dat net als bij de gemeenteraden ook niet-Nederlanders voor de eilandraden mogen stemmen, terwijl voor de Statenverkiezingen het Nederlanderschap een vereiste is.
Voor de drie kleine Caribische eilanden is daarom een aparte verkiezing in de Kieswet bedacht. Tegelijk met de eilandsraadverkiezingen mogen de kiesgerechtigden met een Nederlandse nationaliteit op de eilanden ook hun stem uitbrengen voor een ‘kiescollege’. Dit college heeft als enige taak mee te doen aan de Eerste Kamer-verkiezingen. Samen zijn de drie eilanden goed voor 0,11 Kamerzetel.
(gepubliceerd op 19.03.2019)

Knipoog

Parlementair taalgebruik

Op 26 september 2018 schreef Ewoud Sanders een column in NRC Handelsblad over parlementair taalgebruik.
'Na de Algemene Politieke Beschouwingen van vorige week begint de vraag zich op te dringen hoe ver politici kunnen gaan voordat zij door de Kamervoorzitter worden teruggefloten. Wilders, die de beschouwingen mocht openen, zette meteen de toon. Ik telde drie keer oprotten en één keer 'Rot zelf lekker op!' Dit was gericht tegen 'de bende van Denk', zoals Wilders ze noemde. (…) Inmiddels lijken oprotten, oppleuren en oplazeren in Haagse kringen zo geaccepteerd dat de Kamervoorzitter ze kritiekloos laat passeren. Ik vind dat opmerkelijk. Zeker als je bedenkt dat van politici nog altijd wordt verwacht dat ze een voorbeeldfunctie vervullen.'
(gepubliceerd op 10.10.2018)

 Lees de hele column van Ewoud Sanders.