• Website over de 23 grondrechten in de Nederlandse Grondwet
 

Mag politieagente hoofddoek dragen bij uniform?

Een Rotterdamse politieagente vroeg het College voor de Rechten van de Mens of haar werkgever met het het hoofddoekverbod een verboden onderscheid had gemaakt op grond van godsdienst.

Sarah Izat werkte bij de Rotterdamse politie waar ze zich bezighield met het opnemen van aangiften via een 0900-servicenummer of een videoverbinding. Als moslima wilde ze op haar werk een hoofddoek te dragen. De korpsleiding reageerde erop met een verbod om tijdens het werk een uniform te dragen. Volgens de leiding zou de combinatie van een uniform en een hoofddoek afbreuk doen aan het gezag van politie waarin neutraliteit ook op het gebied van godsdienst een belangrijke rol speelt. Men baseerde zich hierbij op de Gedragscode Lifestyle-neutraliteit uit 2011 die stelde dat zichtbare religieuze uitingen voor geüniformeerd politiepersoneel verboden zijn.

Over het verbod een uniform te mogen dragen diende Sarah zat een klacht in bij het College voor de Rechten van de Mens. Het college kwam onlangs tot de uitspraak dat de Nationale Politie een verboden onderscheid had gemaakt op grond van godsdienst door de agente te verbieden om tegelijkertijd uniform én hoofddoek te dragen.
Wel gaf het college aan dat zijn uitspraak in een duidelijke relatie stond met de specifieke functie van Sarah. Mensen die haar aan de lijn kregen, zagen haar niet en zelfs bij een videoverbinding was er volgens het college slechts in beperkte mate sprake van ‘een mogelijke schijn van niet-neutraliteit of niet-objectiviteit’. Dit had vooral te maken met het administratieve karakter van haar werkzaamheden. Ze nam aangiften op, maar besliste niet wat de politie er verder mee ging doen.
Het politiekorps had volgens het college niet aangetoond dat zo’n verbod echt nodig was. Men had de vrouw destijds immers toegestaan om met een hoofddoek haar werk te doen.

Uitspraken van het College voor de Rechten van de Mens zijn niet bindend. Minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid heeft naar aanleiding van de uitspraak al laten weten dat niet van plan te zijn de Gedragscode Lifestyle-neutraliteit te veranderen: ‘Ik hecht eraan te benadrukken dat de politie onverminderd neutraal blijft in haar publiekscontacten. De gedragscode stelt dat een politieambtenaar die publiekscontact heeft een neutrale uitstraling dient te hebben.”
Sarah Izat zei naar aanleiding van de uitspraak te hopen op dat er een open dialoog komt over het wijzigen van de gedragscode.

Uitspraak College voor de Rechten van de Mens (20.11.2017)

Op de foto agente Amal Chammout in Dearborn in de staat Michigan. Dearborn was in september 2016 de eerste stad in de Verenigde Staten waar politieagenten een hoofddoek mogen dragen tijdens hun werk. (Foto: Detroit Metro Times)

Nieuwsarchief

Uitgelicht


Statenverkiezingen in Caribisch Nederland
In 2010 zijn Saba, Sint-Eustatius en Bonaire bijzondere gemeenten van Nederland geworden. Bij deze operatie werd vergeten om de drie bij een provincie in te delen met als gevolg dat de Nederlandse staatsburgers daar niet in de gelegenheid zouden zijn om (indirect) hun stem uit te brengen voor de Eerste Kamer.
Om het probleem op te lossen is de Kieswet aangepast en daarvoor moest in 2017 ook de Grondwet veranderd worden. Aanvankelijk was het plan om de drie betrokken eilandsraden mee te laten stemmen voor de Eerste Kamer. Daar deed zich echter de moeilijkheid voor dat net als bij de gemeenteraden ook niet-Nederlanders voor de eilandraden mogen stemmen, terwijl voor de Statenverkiezingen het Nederlanderschap een vereiste is.
Voor de drie kleine Caribische eilanden is daarom een aparte verkiezing in de Kieswet bedacht. Tegelijk met de eilandsraadverkiezingen mogen de kiesgerechtigden met een Nederlandse nationaliteit op de eilanden ook hun stem uitbrengen voor een ‘kiescollege’. Dit college heeft als enige taak mee te doen aan de Eerste Kamer-verkiezingen. Samen zijn de drie eilanden goed voor 0,11 Kamerzetel.
(gepubliceerd op 19.03.2019)

Knipoog

Parlementair taalgebruik

Op 26 september 2018 schreef Ewoud Sanders een column in NRC Handelsblad over parlementair taalgebruik.
'Na de Algemene Politieke Beschouwingen van vorige week begint de vraag zich op te dringen hoe ver politici kunnen gaan voordat zij door de Kamervoorzitter worden teruggefloten. Wilders, die de beschouwingen mocht openen, zette meteen de toon. Ik telde drie keer oprotten en één keer 'Rot zelf lekker op!' Dit was gericht tegen 'de bende van Denk', zoals Wilders ze noemde. (…) Inmiddels lijken oprotten, oppleuren en oplazeren in Haagse kringen zo geaccepteerd dat de Kamervoorzitter ze kritiekloos laat passeren. Ik vind dat opmerkelijk. Zeker als je bedenkt dat van politici nog altijd wordt verwacht dat ze een voorbeeldfunctie vervullen.'
(gepubliceerd op 10.10.2018)

 Lees de hele column van Ewoud Sanders.