• Website over de 23 grondrechten in de Nederlandse Grondwet
 

Mevr. Arib pleit voor neutrale voorzitter als 151ste Kamerlid

Om kleine fracties in de gelegenheid te blijven stellen een voorzitter te leveren wil voorzitter Arib het aantal Kamerleden uitbreiden tot 151.

In Elseviers Weekblad zei mevr. Arib hierover:
‘De PvdA heeft nu maar negen vertegenwoordigers in de Kamer en de fractie kan mij moeilijk missen. Bovendien begrijpen veel mensen niet waarom ik - als voorzitter die boven de partijen moet staan - gewoon meedoe met stemmingen.’
Met haar suggestie haalt de Kamervoorzitter een oud voorstel van Agnes Kant weer uit de la. Deze pleitte er in 2003 al voor om de Tweede Kamer uit 151 leden te laten bestaan met een voorzitter die zich onthoudt van het uitbrengen van een stem.

Zo'n voorstel realiseren is overigens een lange weg, omdat er een wijziging van de Grondwet voor nodig is. In art. 51 Gw is namelijk vastgelegd dat de Tweede Kamer 150 leden telt (en de Eerste Kamer 75 leden).
Pas sinds de Grondwetswijziging van 1956 telt de Tweede Kamer 150 zetels. Daarvóór waren het sinds 1888 100 zetels. In de Grondwet van 1848 bestond er een verband tussen het aantal zetels en het inwonertal: op 45 duizend inwoners moest er één afgevaardigde zijn. Dit was de tijd dat er in Nederland nog met kiesdistricten werd gewerkt. In 1888 werd gekozen voor een vast aantal zetels.

Uit een vergelijking tussen het aantal parlementsleden en het inwoneraantal van een land blijkt dat Nederland relatief weinig afgevaardigden telt. Dat zijn per Kamerlid ruim 110 duizend inwoners. Ter vergelijking: Estland telt zo'n 20 duizend inwoners per parlementszetel.

 

Nieuwsarchief

Uitgelicht

Democratische rechtsorde

Op 2 juni 2022 hield Herman Tjeenk Willink in de Gotische Zaal van de Raad van State de lezing ‘Tot zover ben ik gekomen’. De oud vice-president van de Raad van State begon zijn publiek te vertellen dat ze niets nieuws zouden horen. Wat hij ging zeggen, zei hij al heel lang, maar er werd tot u toe niet naar hem geluisterd.

Zoals het nu gaat, gaat het mis, hield Herman Tjeenk Willink zijn toehoorders voor:
Het functioneren van de overheid zelf holt de democratische rechtsorde uit die ook een sociale rechtsorde pretendeert te zijn. Daarvan worden burgers die van de overheid afhankelijk zijn, zij die het niet zo goed getroffen hebben, als eersten het slachtoffer. [...]
Burgers zijn de laatste veertig jaar onzeker geworden over wat zij van de overheid mogen verwachten. De sociale grondrechten, ‘kernverantwoordelijkheden’ van de overheid, werden in 1983 met algemene stemmen in de Grondwet opgenomen, maar speelden de afgelopen 35 jaar in het politieke debat nauwelijks een rol. Het besef dat de klassieke en sociale grondrechten met elkaar verband houden, niet voor niets in één hoofdstuk zijn opgenomen, lijkt te zijn verdwenen. (29.06.22)

Bekijk oude afleveringen Uitgelicht

Pas verschenen

boeken

 

 

Prof. mr. A.W. Heringa e.a.
Staatsrecht

Onlangs verscheen de veertiende druk van Staatsrecht dat in 1972 voor het eerst verscheen onder de titel Compendium van het Staatsrecht en geschreven werd door T. Koopmans. Inmiddels is dit compendium uitgegroeid tot een standaardwerk van 660 pagina’s. Auteurs Aalt Willem Heringa, Luc Verhey en Wytze van der Woude hebben hun Staatsrecht voor de nieuwe druk flink onder handen genomen en met name de structuur van het boek drastisch gewijzigd. Vanuit het staatsrecht hebben de auteurs hebben geprobeerd constitutionele kwesties te beschrijven in hun maatschappelijke context.

CoverStaatsrecht

Kijk hier voor meer nieuwe publicaties

 

 

Knipoog

Doe eenen ander niet...

In 1798 kreeg Nederland zijn Staatsregeling voor het Bataafsche Volk. Artikel 6 van deze eerste Nederlandse grondwet luidde:
Alle de pligten van den Mensch in maatschappij hebben hunnen grondslag in deze heilige Wet: Doe eenen ander niet, hetgeen gij niet wenscht dat aan u geschiede. Doe aan anderen, ten allen tijde, zoo veel goeds, als gij, in gelijke omstandigheden, van hun zoudt wenschen te ontvangen.

Al wekenlang bivakkeren ‘anderen’ in de buitenlucht van Ter Apel. Een goed moment om je te realiseren dat dit artikel 6 bijna 225 jaar na dato nog niets aan zeggingskracht verloren heeft.
(Eerlijkheid gebiedt overigens om hier meteen aan toe te voegen dat het bewuste artikel in de volgende Staatsregeling 1806 alweer verdwenen was.) (5.09.22)

Bekijk oude afleveringen Knipoog