• Website over de 23 grondrechten in de Nederlandse Grondwet
 

Minister wil poortwachter bij rechtsbijstand

Om de oplopende kosten van de sociale advocatuur terug te dringen wil minister Dekker eerst een 'poortwachter' laten beslissen of iemand recht heeft op een gesubsidieerde advocaat.

In een brief van 9 november 2018 aan de Tweede Kamer kwam minister Sander Dekker van Rechtsbescherming met een plan om de rechtsbijstand drastisch te wijzigen. Op deze manier wil hij oplopende kosten van de sociale advocatuur terugdringen. Het aantal zaken waarbij gebruik is gemaakt van gesubsidieerde advocaten, is sinds 2000 met meer dan veertig procent gestegen. De kosten zijn opgelopen tot meer dan 400 miljoen euro per jaar.

Centraal in het plan van de minister staat een 'poortwachter'. Dit zou een instelling moeten worden die voorafgaand aan de rechtsgang moet beslissen of iemand al dan niet recht heeft op een gesubsidieerde advocaat. In zijn toelichting stelde Dekker dat in het nieuwe systeem de toegang tot de rechtsbijstand voor iedereen gegarandeerd blijft. Hij vergelijkt de poortwachter met de huisarts die beslist over het al dan niet doorverwijzen naar de specialist.

Onmiddellijk barstte er een storm van kritiek over de plannen los. Vaak werd gewezen op art. 18 Gw waarin de rechtsbijstand als grondrecht geformuleerd is. Er waren druk bezochte prostestacties van advocaten tegen de plannen.
In Dagblad Trouw van 16 januari 2019 citeerde Wouter Veraart, hoogleraar Rechtsfilosofie aan de VU, het verhaal 'Voor de wet' van Kafka:
Vóór de Wet staat een wachter. Bij deze wachter komt een man van buiten en verzoekt toegang tot de Wet. De wachter zegt, dat hij hem nu geen toegang kan verlenen. De man denkt na en vraagt of hij dan naderhand naar binnen zou mogen. 'Het is mogelijk', zegt de wachter, 'maar nu niet'.
Volgens Veraart laat dit citaat van Kafka mooi zien wat er in de plannen van Dekker verkeerd gaat:
Ook de minvermogende Nederlandse burger moet straks een heel hoge drempel over voor hij eventueel zijn recht kan halen bij een onafhankelijke rechter. De poortwachter kan hem de weg naar de wet immers in veel gevallen versperren. Dan resteren slechts procedures van bezwaar en beroep tegen die afwijzende beschikking.

Bij de behandeling in de Tweede Kamer van de brief van minister Dekker op 23 januari 2019 was er met name vanuit de oppositie veel kritiek op de plannen. Aan het eind van het debat deed minister Dekker de toezegging om het nieuwe principe eerst aan de Raad van State voor te leggen voor hij verder gaat met het uitwerken van de plannen.

 

 

Nieuwsarchief

Uitgelicht


Statenverkiezingen in Caribisch Nederland
In 2010 zijn Saba, Sint-Eustatius en Bonaire bijzondere gemeenten van Nederland geworden. Bij deze operatie werd vergeten om de drie bij een provincie in te delen met als gevolg dat de Nederlandse staatsburgers daar niet in de gelegenheid zouden zijn om (indirect) hun stem uit te brengen voor de Eerste Kamer.
Om het probleem op te lossen is de Kieswet aangepast en daarvoor moest in 2017 ook de Grondwet veranderd worden. Aanvankelijk was het plan om de drie betrokken eilandsraden mee te laten stemmen voor de Eerste Kamer. Daar deed zich echter de moeilijkheid voor dat net als bij de gemeenteraden ook niet-Nederlanders voor de eilandraden mogen stemmen, terwijl voor de Statenverkiezingen het Nederlanderschap een vereiste is.
Voor de drie kleine Caribische eilanden is daarom een aparte verkiezing in de Kieswet bedacht. Tegelijk met de eilandsraadverkiezingen mogen de kiesgerechtigden met een Nederlandse nationaliteit op de eilanden ook hun stem uitbrengen voor een ‘kiescollege’. Dit college heeft als enige taak mee te doen aan de Eerste Kamer-verkiezingen. Samen zijn de drie eilanden goed voor 0,11 Kamerzetel.
(gepubliceerd op 19.03.2019)

Knipoog

Parlementair taalgebruik

Op 26 september 2018 schreef Ewoud Sanders een column in NRC Handelsblad over parlementair taalgebruik.
'Na de Algemene Politieke Beschouwingen van vorige week begint de vraag zich op te dringen hoe ver politici kunnen gaan voordat zij door de Kamervoorzitter worden teruggefloten. Wilders, die de beschouwingen mocht openen, zette meteen de toon. Ik telde drie keer oprotten en één keer 'Rot zelf lekker op!' Dit was gericht tegen 'de bende van Denk', zoals Wilders ze noemde. (…) Inmiddels lijken oprotten, oppleuren en oplazeren in Haagse kringen zo geaccepteerd dat de Kamervoorzitter ze kritiekloos laat passeren. Ik vind dat opmerkelijk. Zeker als je bedenkt dat van politici nog altijd wordt verwacht dat ze een voorbeeldfunctie vervullen.'
(gepubliceerd op 10.10.2018)

 Lees de hele column van Ewoud Sanders.