• Website over de 23 grondrechten in de Nederlandse Grondwet
 

Gemeente Tholen schrapt ambtsgebed uit reglement

In Tholen ontspon zich de afgelopen weken de discussie of het verplicht uitspreken van het ambtsgebed bij het begin van raadsvergaderingen strijdig was met de scheiding van kerk en staat.

Artikel 18 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Tholen luidt: 'Bij de opening van de vergadering spreekt de voorzitter het ambtsgebed uit'. Het artikel was bij de raadsvergadering in december vorig jaar in Tholen onderwerp van discussie toen de PvdA/GroenLinks fractie dit verplichte ambtsgebed wilde afschaffen.
Het Reglement van Orde van Tholen mag de voorzitter van de gemeenteraad dan wel verplichten om het ambtsgebed aan het begin van de vergadering uit te spreken, maar volgens PvdA/GroenLinks was zo'n verplichting strijdig met de scheiding van kerk en staat die in Nederland geldt. De fractie refereerde aan een brief van toenmalige minister van Binnenlandse zaken Johan Remkes die in 2006 naar aanleiding van vragen over het ambtsgebed had geschreven:
Wanneer de raad er toch voor mocht kiezen om in een reglement van orde te bepalen dat de voorzitter een gebed uitspreekt, dan mag dit nooit verplichtend zijn voor de voorzitter of de andere deelnemers aan de vergadering.

Burgemeester mevr. Van de Velde liet tijdens de raadsvergadering weten niet van plan te zijn met het uitspreken van het ambtsgebed te stoppen. Ze zei de opvattingen van de raad van Tholen te blijven respecteren en mochten de tegenstanders het ambtsgebed toch willen afschaffen, dan zouden ze een officieel voorstel daartoe moeten indienen.
Zover hoefde het niet te komen. SGP, ChristenUnie en VVD, die in Tholen samen het college vormen, dienden tijdens de raadsvergadering van 24 januari zelf het voorstel in om het ambtsgebed voortaan vóór de vergadering uit te spreken en meenden zo tegemoet te komen aan de wens van de PvdA/GroenLinks fractie.
Op Kamervragen van de PvdA gaf minister Ollongren van Binnenlandse Zaken op 5 februari aan dat deze oplossing in overeenstemming was met het beginsel van scheiding van kerk en staat:
Het ambtsgebed hoeft dan ook niet in het reglement van orde te worden opgenomen. Ook hierbij blijft gelden dat iedere deelnemer aan de vergadering, inclusief de voorzitter, vrij moet zijn in de beslissing om deel te nemen.

Antwoord op Kamervragen over het ambtsgebed van minister Kajsa Ollengren van Binnenlandse Zaken op 5 februari 2019

Nieuwsarchief

Uitgelicht


Statenverkiezingen in Caribisch Nederland
In 2010 zijn Saba, Sint-Eustatius en Bonaire bijzondere gemeenten van Nederland geworden. Bij deze operatie werd vergeten om de drie bij een provincie in te delen met als gevolg dat de Nederlandse staatsburgers daar niet in de gelegenheid zouden zijn om (indirect) hun stem uit te brengen voor de Eerste Kamer.
Om het probleem op te lossen is de Kieswet aangepast en daarvoor moest in 2017 ook de Grondwet veranderd worden. Aanvankelijk was het plan om de drie betrokken eilandsraden mee te laten stemmen voor de Eerste Kamer. Daar deed zich echter de moeilijkheid voor dat net als bij de gemeenteraden ook niet-Nederlanders voor de eilandraden mogen stemmen, terwijl voor de Statenverkiezingen het Nederlanderschap een vereiste is.
Voor de drie kleine Caribische eilanden is daarom een aparte verkiezing in de Kieswet bedacht. Tegelijk met de eilandsraadverkiezingen mogen de kiesgerechtigden met een Nederlandse nationaliteit op de eilanden ook hun stem uitbrengen voor een ‘kiescollege’. Dit college heeft als enige taak mee te doen aan de Eerste Kamer-verkiezingen. Samen zijn de drie eilanden goed voor 0,11 Kamerzetel.
(gepubliceerd op 19.03.2019)

Knipoog

Een groot misverstand

Op 26 maart 2019 is filosoof Daan Roovers benoemd tot de nieuwe Denker des Vaderlands. Die dag stond ze in een interview met Trouw onder andere stil bij de vrijheid van meningsuiting die in artikel 7 van onze Grondwet vastligt.
Er bestaat volgens Daan Roovers een groot misverstand rond het begrip:
Mensen denken dat elke uitspraak of elk vooroordeel dat je uitspreekt bijzondere bescherming verdient. Dat is denk ik een groot misverstand. De vrijheid van meningsuiting is een politiek recht van burgers ten opzichte van de overheid. Niet van kinderen ten opzichte van hun ouders, of van burgers ten opzichte van elkaar. En bij die vrijheid hoort trouwens dat je bereid bent om je mening ter discussie te stellen en kritiek van anderen aan te neme. Dát is het publieke debat.
(gepubliceerd op 26.03.2019)