• Website over de 23 grondrechten in de Nederlandse Grondwet
 

Scheiding der machten volgens Raad van State onder druk

In zijn Jaarverslag 2019 stelt de Raad van State vast dat de politiek steeds vaker voorbij lijkt te gaan aan de scheiding der machten.

In zijn traditionele beschouwing in het eerste hoofdstuk van het jaarverslag staat De Raad van State stil bij de verwevenheid van wetgever en bestuur. Als voorbeeld noemt men het nieuws rond de kinderopvangtoeslag en het optreden van de Belastingdienst. In deze zaak ging het feitelijk over het functioneren van overheidsinstellingen en de rechtsbescherming van de burger. Letterlijk zegt de Raad van State:
B
urgers ervaren veelal onvoldoende houvast en ondersteuning. Ze zijn onzeker over de verwachtingen die zij van de overheid mogen hebben. Deze verwachtingen zijn vaak groter dan wetgever en bestuur kunnen waar maken. In het bijzonder zwaarbelaste uitvoeringsorganisaties staan onder druk.

Volgens de Raad van State bemoeit de politiek zich steeds vaker met de rechterlijke macht. Zonder Thierry Baudet met name te noemen staat men stil bij de uitspraken van de Forum-voorman die in 2019 de partijdigheid van de Nederlandse rechters met enige regelmaat in twijfel trok:
Een kritische reflectie op rechterlijke uitspraken is echter wezenlijk anders dan het principieel ter discussie stellen van de rechter als instituut. Wie de rechterlijke institutie als zodanig aanvalt, miskent de betekenis van de functionele scheiding en spreiding van de staatsmachten en de balans die moet bestaan tussen de instituties die daaraan invulling geven. In de Nederlandse rechtsstaat is deze balans tot nu toe verzekerd. Er is dan ook geen reden voor een alarmerende toon.

Zou het zo kunnen zijn dat als de Tweede Kamer kritiek op rechterlijke uitspraken heeft, dat komt omdat het parlement zelf te onduidelijk is over de wetgeving? De Raad van State pleit ervoor dat de wetgever meer normerend optreedt en het rechterlijke toetsingskader sterker bepaalt. Hiermee zou de wetgever de ruimte voor de rechter kunnen beperken.

Aan het eind van de beschouwing n het eerst hoofdstuk van het jaarverslag wordt de kern van de democratische rechtsstaat als volgt geformuleerd: ‘het recht waaraan de volksvertegenwoordiging mede vormgeeft en waarvan de rechter de grenzen bewaakt’:
Daarbij is van belang dat de verschillende staatsmachten hun verantwoordelijkheid kennen en ook nemen. Voor de wetgever betekent dit dat hij bevoegdheden duidelijk normeert en afbakent. Voor het bestuur bestaat die verantwoordelijkheid uit een zorgvuldige afweging en motivering van besluiten die passen binnen de kaders van het recht. De rechter wordt gevraagd om de toepassing van de wet te toetsen aan het recht.

Jaarverslag 2019 van de Raad van State kunt u downloaden van de website van de Raad van State.

Nieuwsarchief

Uitgelicht

Democratische rechtsorde

Op 2 juni 2022 hield Herman Tjeenk Willink in de Gotische Zaal van de Raad van State de lezing ‘Tot zover ben ik gekomen’. De oud vice-president van de Raad van State begon zijn publiek te vertellen dat ze niets nieuws zouden horen. Wat hij ging zeggen, zei hij al heel lang, maar er werd tot u toe niet naar hem geluisterd.

Zoals het nu gaat, gaat het mis, hield Herman Tjeenk Willink zijn toehoorders voor:
Het functioneren van de overheid zelf holt de democratische rechtsorde uit die ook een sociale rechtsorde pretendeert te zijn. Daarvan worden burgers die van de overheid afhankelijk zijn, zij die het niet zo goed getroffen hebben, als eersten het slachtoffer. [...]
Burgers zijn de laatste veertig jaar onzeker geworden over wat zij van de overheid mogen verwachten. De sociale grondrechten, ‘kernverantwoordelijkheden’ van de overheid, werden in 1983 met algemene stemmen in de Grondwet opgenomen, maar speelden de afgelopen 35 jaar in het politieke debat nauwelijks een rol. Het besef dat de klassieke en sociale grondrechten met elkaar verband houden, niet voor niets in één hoofdstuk zijn opgenomen, lijkt te zijn verdwenen. (29.06.22)

Bekijk oude afleveringen Uitgelicht

Pas verschenen

boeken

 

 

Prof. mr. A.W. Heringa e.a.
Staatsrecht

Onlangs verscheen de veertiende druk van Staatsrecht dat in 1972 voor het eerst verscheen onder de titel Compendium van het Staatsrecht en geschreven werd door T. Koopmans. Inmiddels is dit compendium uitgegroeid tot een standaardwerk van 660 pagina’s. Auteurs Aalt Willem Heringa, Luc Verhey en Wytze van der Woude hebben hun Staatsrecht voor de nieuwe druk flink onder handen genomen en met name de structuur van het boek drastisch gewijzigd. Vanuit het staatsrecht hebben de auteurs hebben geprobeerd constitutionele kwesties te beschrijven in hun maatschappelijke context.

CoverStaatsrecht

Kijk hier voor meer nieuwe publicaties

 

 

Knipoog

Doe eenen ander niet...

In 1798 kreeg Nederland zijn Staatsregeling voor het Bataafsche Volk. Artikel 6 van deze eerste Nederlandse grondwet luidde:
Alle de pligten van den Mensch in maatschappij hebben hunnen grondslag in deze heilige Wet: Doe eenen ander niet, hetgeen gij niet wenscht dat aan u geschiede. Doe aan anderen, ten allen tijde, zoo veel goeds, als gij, in gelijke omstandigheden, van hun zoudt wenschen te ontvangen.

Al wekenlang bivakkeren ‘anderen’ in de buitenlucht van Ter Apel. Een goed moment om je te realiseren dat dit artikel 6 bijna 225 jaar na dato nog niets aan zeggingskracht verloren heeft.
(Eerlijkheid gebiedt overigens om hier meteen aan toe te voegen dat het bewuste artikel in de volgende Staatsregeling 1806 alweer verdwenen was.) (5.09.22)

Bekijk oude afleveringen Knipoog