Website over de 23 grondrechten in de Grondwet

Nieuws

Raad van State hekelt 'afrekencultuur'

De Raad van State vindt dat ministers de Kamer nogal eens slecht informeren en dat de Tweede Kamer vaak meer bezig lijkt met 'scoren' dan met het controleren van de macht.

Doorgaans adviseert de Raad van State over wetsvoorstellen die de regering of het parlement aan het hoogste adviesorgaan van het land voorleggen. Men kan echter ook ongevraagd advies geven zonder dat een concreet wetsvoorstel voorligt. Op 15 juni 2020 heeft de Raad van State heeft een zo'n ongevraagd advies gepubliceerd over de ministeriële verantwoordelijkheid. Met het advies wil de raad Kamerleden, kabinet en ambtenaren stimuleren om in de toekomst beter samen te werken en zo het vertrouwen van de burger in de overheid te versterken.

Uitleggen wat de overheid doet en waarom ze doet wat ze doet, is belangrijker dan ooit, stelt de Raad van State in zijn advies vast. Er worden een hele rij recente zaken aangehaald waar het informeren of juist niet-informeren van parlement en burgers centraal stond. Genoemd worden onder andere de veiligheid van de Stint, de burgerdoden bij de luchtaanval op de stad Hawija in Irak, het uitkeren van de kinderopvangtoeslag door de Belastingdienst en de vraag of de overheid voldoende voorbereid was op de coronacrisis. Was de informatie voor iedereen beschikbaar? Wie kan op dit alles worden aangesproken? Heeft de Tweede Kamer voldoende grip op de zaak?.

Deze vragen raken de kern van de ministeriële verantwoordelijkheid, constateert de Raad van State. Men pleit voor een goed samenspel tussen Kamerleden, kabinet en ambtenaren. De Kamer zou zo snel mogelijk af moeten van wat de raad een 'incidentgedreven verantwoordingscultuur' noemt.

De Raad van State eindigt zijn advies met vijf aanbevelingen:

  • Breng de informatiehuishouding van de overheid op orde, zodat ook de informatievoorziening verbeterd kan worden.
  • Maak de afspraken over contacten tussen Kamerleden en ambtenaren helder. Wees daar ontspannen over.
  • Verbeter het inhoudelijk, ambtelijk vakmanschap. Wees zuinig op de ambtenaren die het uitvoerende werk doen.
  • Wees terughoudend allerlei taken bij onafhankelijke instellingen neer te leggen, want dat beperkt de mogelijkheid van democratische controle te veel.
  • Als een minister niet wettelijk bevoegd is op een onderwerp, moeten de Kamers dat respecteren. Op deze manier voorkom je schijnvertoningen.

Ongevraagd advies Raad van State over de ministeriële verantwoordelijkheid

Uitgelicht

Academische vrijheid

In een advies aan minister Rianne Letschert van Onderwijs houdt de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen een pleidooi om de academische vrijheid in de Grondwet op te nemen. KNAW vindt dat de vrijheid om naar eigen inzicht onderzoek te doen en onderwijs te verzorgen op dit moment onvoldoende wettelijk verankerd is om aan bedreigingen het hoofd te bieden. Het nieuwe artikel zou kunnen luiden: ‘De academische vrijheid wordt geëerbiedigd en bevorderd.’

Ineke Sluiter, die deel uitmaakte van de KNAW-commissie, zei erover in NRC van 15 oktober 2026:
Je ziet nu de normalisering van een bepaalde minachting van universiteiten, ook vanuit de politiek. Argwaan zaaien, generalisaties over wat er daar allemaal zou gebeuren. Ook dat ondermijnt het vertrouwen in de wetenschap. Zo ver als in de VS gaat het niet, maar ook hier putten de politieke flanken uit het handboek dat daar wordt gevolgd. (25.10.2026)

Bekijk oude afleveringen Uitgelicht

Nieuw verschenen

 Schimmelpeninck

Hans Verbeek

De vergeten minister-president

Hans Verbeek beschrijft het leven van Gerrit Schimmelpenninck (1794-1863), zoon van Rutger Jan Schimmelpenninck die in de Franse tijd staatshoofd van Nederland was. Zelf werd Gerrit Schimmelpenninck in 1848 de eerste minister-president van Nederland, zij het slechts twee maanden. Hij was in 1848 de grote tegenstander van Thorbecke bij het tot stand komen van de nieuwe grondwet.
Hans Verbeek wil in zijn boek het beeld nuanceren van de progressieve liberaal Thorbecke tegenover een conservatieve graaf Schimmelpenninck die niets van grondwetswijzigingen wilde weten. Aan de hand van een reconstructie van de gebeurtenissen in 1848 beschrijft Verbeek de opkomst en ondergang van deze markante man. (20.04.2026)

ISBN 9789044660586, Prometheus Amsterdam, 2026

Lees meer over nieuwe boeken!

 

Knipoog

Het voorkomen van het kwaad

Bij de behandeling van de asielwetten in de Eerste Kamer in april 2026 kwam ook de functie van de Eerste Kamer weer eens uitgebreid aan de orde. Een discussie die al in 1848 ontstond toen de liberale coryfeeën Johan Rudolph Thorbecke en Dirk Donker Curtius het volkomen oneens bleken over de toekomst van de Eerste Kamer.

Bij zijn pogingen om de Nederlandse staatsinrichting te hervormen was Thorbecke in 1848 stellig van plan om de Eerste Kamer op te heffen. Hij noemde deze ‘zonder grond en doel’.
Dat dat niet lukte, moet op het conto van minister Donker Curtius worden geschreven. In zijn biografie De man van 1848 over Dirk Donker Curtius schrijft Mathijs van de Waardt over deze kwestie (pag. 246):

Donker zocht in de Eerste Kamer een instelling voor 'bedaarde overweging'. De Eerste Kamer was 'een waarborg tegen overijling, eene beperking van hartstogten in onrustige tijden, een bolwerk voor de troon' en daarnaast 'een krachtigen steun der wet'.
Dat de Kamer zelf niet veel bewerkstelligde, maar een waarborg was, was voor Donker evident. Hij benadrukte nog eens ‘dat in het algemeen het nut eener Eerste Kamer, hoe ook zamengesteld, meer gelegen is in het voorkomen van het kwaad dan in het stichten van het goede.
(20.04.2026)

Bekijk oude afleveringen Knipoog