• Website over de 23 grondrechten in de Nederlandse Grondwet
 

Meer aandacht voor rechtsbescherming individu bij bestuursrechter

In de nasleep van de toeslagenaffaire werd duidelijk dat bestuursrechters er vrijwel niet in slaagden gedupeerde ouders de noodzakelijke rechtsbescherming te bieden.

In december 2020 kwam de Parlementaire ondervragingscommissie tot de conclusie dat de ouders in kinderopvangtoeslagzaken ongekend onrecht is aangedaan. De commissie vroeg zich onder andere af hoe zoiets kon gebeuren onder het oog van de bestuursrechter.

Het Landelijk Overleg Vakinhoud Bestuursrecht stelde in maart dit jaar de Werkgroep Reflectie Toeslagenaffaire Rechtbanken in. In oktober verscheen hun rapport Recht vinden bij de rechtbank.

De werkgroep analyseerde de uitspraken rond kinderopvangtoeslagen in de periode van 2010 tot 2020. Hun conclusie was de meeste bestuursrechters de strenge alles-of-niets uitleg van de regels door de Raad van State hebben gevolgd. Deze uitleg zegt dat je geen recht op een kinderopvangtoeslag hebt als je niet kunt aantonen dat je zelf alle kosten hebt betaald. In dat geval moet je alle ontvangen voorschotten terugbetalen.

Een kleine minderheid van de bestuursrechters week af en toe af van de alles-of-niets’ uitleg, maar deze rechters zagen hun uitspraken steeds in hoger beroep vernietigd.

De werkgroep stelde vast dat er vanaf 2015 vrijwel niet meer van de strikte uitleg werd afgeweken. Belangrijk argument van de meeste bestuursrechters was dat ze de betrokken ouders geen valse hoop wilden geven in de wetenschap dat de hogerberoepsrechter een voor de ouders positief vonnis later alsnog ongegrond zou verklaren. Dit beeld veranderde pas toen de Raad van State in oktober 2019 haar koers wijzigde en in toeslagzaken meer ruimte liet dan de alles-of-niets optie.

De Werkgroep Reflectie Toeslagenaffaire Rechtbanken kwam tot de conclusie dat juist bestuursrechters een belangrijke taak hebben in zaken waarin voor burgers onevenredig negatieve gevolgen dreigen:

In die gevallen zouden zij meer gewicht moeten toekennen aan de rechtsbescherming van het individu dan aan het waarborgen van de rechtseenheid en rechtszekerheid. Daarvoor is nodig dat de bestuursrechter de relevante feiten en de concrete gevolgen van een besluit voor de betrokken burger actief onderzoekt en beoordeelt of deze gevolgen evenredig zijn in het licht van het doel van de wettelijke regel. Als een besluit voor een burger onevenredige gevolgen heeft, moet de bestuursrechter meer maatwerk bieden. Als jurisprudentie van de hogerberoepsrechter daar weinig ruimte voor lijkt te geven, is dat geen reden om daarvan af te zien.

 

Nieuwsarchief

Uitgelicht

Democratische rechtsorde

Op 2 juni 2022 hield Herman Tjeenk Willink in de Gotische Zaal van de Raad van State de lezing ‘Tot zover ben ik gekomen’. De oud vice-president van de Raad van State begon zijn publiek te vertellen dat ze niets nieuws zouden horen. Wat hij ging zeggen, zei hij al heel lang, maar er werd tot u toe niet naar hem geluisterd.

Zoals het nu gaat, gaat het mis, hield Herman Tjeenk Willink zijn toehoorders voor:
Het functioneren van de overheid zelf holt de democratische rechtsorde uit die ook een sociale rechtsorde pretendeert te zijn. Daarvan worden burgers die van de overheid afhankelijk zijn, zij die het niet zo goed getroffen hebben, als eersten het slachtoffer. [...]
Burgers zijn de laatste veertig jaar onzeker geworden over wat zij van de overheid mogen verwachten. De sociale grondrechten, ‘kernverantwoordelijkheden’ van de overheid, werden in 1983 met algemene stemmen in de Grondwet opgenomen, maar speelden de afgelopen 35 jaar in het politieke debat nauwelijks een rol. Het besef dat de klassieke en sociale grondrechten met elkaar verband houden, niet voor niets in één hoofdstuk zijn opgenomen, lijkt te zijn verdwenen. (29.06.22)

Bekijk oude afleveringen Uitgelicht

Pas verschenen

boeken

 

 

Prof. mr. A.W. Heringa e.a.
Staatsrecht

Onlangs verscheen de veertiende druk van Staatsrecht dat in 1972 voor het eerst verscheen onder de titel Compendium van het Staatsrecht en geschreven werd door T. Koopmans. Inmiddels is dit compendium uitgegroeid tot een standaardwerk van 660 pagina’s. Auteurs Aalt Willem Heringa, Luc Verhey en Wytze van der Woude hebben hun Staatsrecht voor de nieuwe druk flink onder handen genomen en met name de structuur van het boek drastisch gewijzigd. Vanuit het staatsrecht hebben de auteurs hebben geprobeerd constitutionele kwesties te beschrijven in hun maatschappelijke context.

CoverStaatsrecht

Kijk hier voor meer nieuwe publicaties

 

 

Knipoog

Doe eenen ander niet...

In 1798 kreeg Nederland zijn Staatsregeling voor het Bataafsche Volk. Artikel 6 van deze eerste Nederlandse grondwet luidde:
Alle de pligten van den Mensch in maatschappij hebben hunnen grondslag in deze heilige Wet: Doe eenen ander niet, hetgeen gij niet wenscht dat aan u geschiede. Doe aan anderen, ten allen tijde, zoo veel goeds, als gij, in gelijke omstandigheden, van hun zoudt wenschen te ontvangen.

Al wekenlang bivakkeren ‘anderen’ in de buitenlucht van Ter Apel. Een goed moment om je te realiseren dat dit artikel 6 bijna 225 jaar na dato nog niets aan zeggingskracht verloren heeft.
(Eerlijkheid gebiedt overigens om hier meteen aan toe te voegen dat het bewuste artikel in de volgende Staatsregeling 1806 alweer verdwenen was.) (5.09.22)

Bekijk oude afleveringen Knipoog