Website over de 23 grondrechten in de Grondwet

Nieuws

Kamervragen over app Olympische sporters

De deelnemers aan de Olympische Winterspelen in Peking zijn verplicht de app MY2022 op hun telefoon te zetten. MY2022 lijkt het niet erg nauw te nemen met hun privacy.

In de app MY2022 moeten de atleten onder andere hun paspoort- en gezondheidsinformatie opslaan die de Chinese autoriteiten regelmatig willen controleren. Er blijkt echter van alles mis met de beveiliging van de opgeslagen informatie. Zo is uit onderzoek van het Citizen Lab van de Universiteit van Toronto duidelijk geworden dat de certificaten van de app niet kloppen waardoor het onduidelijk is wie er allemaal bij de informatie op de telefoon kunnen komen. Ook blijkt er van alles aan de hand met de encryptie van de gegevens op de telefoon. Het lijkt zelfs mogelijk met MY2022 gevoelige inhoud op de telefoon op te sporen via zoekwoorden die in China niet door de censuur komen.

De Nederlandse politiek heeft verbaasd gereageerd op het nieuws over de app. Veel partijen zijn ongerust over de inbreuk op de privacy van de sporters die met de app mogelijk lijkt.
D66-Kamerleden Sjoerd Sjoerdsma en Jeanet van der Laan hebben op 31 januari 2022 schriftelijke vragen aan de minister van Buitenlandse Zaken gesteld over het verzamelen van privacygevoelige data via de app en de mogelijke gevolgen ervan.

Toen minister Hoekstra op 28 februari de vragen beantwoordde, waren de Olympische Spelen allang ten einde. Hij stelde vast dat zo'n app in het beleid van de Chinese overheid paste om in eigen land een hoge mate van controle uit te oefenen over het verzamelen en verwerken van gegevens. Over de privacy antwoordde Hoekstra: 'Het kabinet is van mening dat atleten en journalisten zich binnen de kaders opgesteld door het IOC vrij moeten kunnen uiten en heeft deze boodschap ook aan de Chinese autoriteiten overgebracht.'

Uitgelicht

Het kan wéér gruwelijk mis gaan

De risico’s die tot het Toeslagenschandaal hebben geleid, zijn niet verdwenen, stelde voorzitter Van Nispen van de enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening:vast bij de presentatie van hun eindrapport Blind voor mens en recht:
De blindheid voor mensen en voor hun rechten is er nog steeds. Een indringende constatering is dan ook dat het wéér gruwelijk mis kan gaan. Dit kan morgen weer gebeuren, zo lang de overheid zich niet aan de eigen wetten houdt. Zo lang grondrechten niet worden gerespecteerd, waarborgen ontbreken en rechtsstatelijk handelen niet dagelijks in praktijk wordt gebracht. Zo lang geen invulling wordt gegeven aan macht en tegenmacht. Zo lang de staatsmachten blind blijven voor mens en recht. Zo lang blijft het risico bestaan dat mensen door overheidshandelen worden vermorzeld. Dat kan ieder van ons overkomen.

 

Bekijk oude afleveringen Uitgelicht

Nieuw verschenen

bovendeert

Bovend’Eert en Kummeling
Het Nederlandse Parlement (13e druk)

Inmiddels zijn er zeven jaar verstreken sinds staatsrechtdeskundigen Paul Bovend’Eert en Henk Kummeling de vorige druk van de klassieker Het Nederlandse Parlement verzorgden. De eerste druk verscheen in 1938.
De nieuwe dertiende druk moest op tal van punten worden aangepast. Zo hebben de Tweede en Eerste Kamer resp. in 2021 en 2023 een nieuw reglement van orde gekregen. Andere belangrijke ontwikkelingen van de afgelopen jaren waren het vaststellen van gedragscodes voor Kamerleden en de ontwikkelingen in de onderlinge verhoudingen tussen Tweede en Eerste Kamer tijdens de laatste kabinetten-Rutte. Verder staan Bovend’Eert en Kummeling uiteraard ook stil bij de nasleep van de Kinderopvangtoeslagaffaire en de daaruit voortvloeiende roep om een nieuwe bestuurscultuur.
(29.03.2024)

Bekijk overzicht nieuwe boeken

Knipoog

Tusschen kapitaal en arbeid

Samuel van Houten had als Kamerlid in 1871 de degens gekruist met minister-president Thorbecke toen hij met het initiatief kwam om kinderarbeid aan banden te leggen. Als voorman van de ‘jong-liberalen’ bestreed Van Houten de opvattingen van staatsonthouding die Thorbecke en zijn generatie liberalen steeds hadden gepropageerd. In 1872 verwoordde hij zijn kritiek op Thorbecke in de brochure De staatsleer van Thorbecke:
In den strijd tusschen kapitaal en arbeid dreigt de laatste te worden onderdrukt. Bij de verdeeling van leertijd, werktijd en rusttijd worden de krachten der machinerien en de eischen der concurrentie, niet de krachten van den werkman en de eischen der ontwikkeling van hem en zijn gezin tot maatstaf gesteld.'
(13.05.24)

Bekijk oude afleveringen Knipoog