Met een krappe meerderheid stemde de Tweede Kamer op 10 december in met een VVD-motie over botsingen tussen art. 1 (gelijke behandeling) en art. 23 (vrijheid van onderwijs) van de Grondwet.
Een Kamermeerderheid vind dat scholen weliswaar ruimte moeten hebben voor een eigen identiteit, maar dat ‘deze ruimte nooit mag leiden tot uitsluiting of het beperken van de vrijheid, gelijkwaardigheid of veiligheid van leerlingen'.
Aanleiding was een discussie in de Tweede Kamer om het kabinet te laten onderzoeken hoe art. 1 Gw altijd voorrang kan krijgen bij de invulling van burgerschapskerndoelen.
In de prakrijk kunnen art. 1 en art. 23 Gw schuren. Sommige scholen vinden dat art. 23 hen de vrijheid geeft om leerlingen te onderwijzen dat homoseksualiteit een zonde is, terwijl art. 1 zegt dat discriminatie op grond van seksuele gerichtheid verboden is.
Het dilemma werd in de afgelopen verkiezingscampagne politiek nieuws toen CDA-lijsttrekker Henri Bontenbal onder vuur te liggen toen hij het recht van een school leek te verdedigen om homoseksuele relaties af te wijzen. Later nuanceerde hij dat standpunt door te stellen in eerste instantie meer naar de letter dan naar de geest van de regels te hebben gekeken.


