Website over de 23 grondrechten in de Grondwet

Nieuws

Wie neemt maatregelen tegen tractoren op de snelweg?

Mag je als overheid oogluikend toezien dat boeren met hun tractoren op de snelweg demonstreren? Staatsrechtdeskundige Paul Bovend’Eert vindt dat het aan het kabinet is om snel met maatregelen te komen die een eind maken aan gevaarlijke verkeerssituaties door demonstranten die op de snelweg niets te zoeken hebben.

Bij een ernstig verkeersongeval op de A59 hebben op 14 augustus 2026 twee mensen het leven verloren. Ze kwamen om het leven in de staart van een file die ontstaan was door protesterende boeren. Tientallen tractoren namen de snelweg om bij het provinciehuis in Den Bosch te protesteren tegen het intrekken van de vergunningen van enkele Brabantse pluimveehouders.

Naar aanleiding van dit noodlottige ongeval is discussie ontstaan over het handhavingsbeleid van het verbod van tractoren op de snelweg. Voorafgaand aan de protestactie was in het nieuws gekomen dat politie de tractoren niet van de snelweg zou halen. Deze afweging zou door de lokale driehoek van burgemeester, Openbaar Ministerie en politie zijn gemaakt. Een woordvoerder van het OM zei bij Omroep Brabant dat de acties van de boeren gefaciliteerd werden op basis van het demonstratierecht, tenzij er onacceptabele situaties zouden ontstaan.

Minister-president Jetten toonde zich later ontevreden over de opstelling van politie en OM. Hij noemde demonstreren op de snelweg ‘onacceptabel en onbegrijpelijk’ omdat het tot zeer gevaarlijke situaties leidt.
Minister Heerma van Binnenlandse Zaken zei te hopen dat de lokale driehoek de zaak lokaal zou evalueren om toekomstige demonstraties in goede banen te leiden. Minister Van Weel van Justitie en Veiligheid wilde in overleg om tot een landelijke lijn ten aanzien van tractoren op de snelweg te komen.

In een opiniestuk in NRC van 25 augustus 2026 stond emeritus hoogleraar Staatsrecht Paul Bovend’Eert stil bij de vraag wie uiteindelijk verantwoordelijk is voor het handhaven van de veiligheid op de snelwegen. Hij vindt het ten onrechte dat het Kabinet-Jetten de verantwoordelijkheid bij de lokale driehoek legt, omdat het kabinet primair zelf de verantwoordelijkheid draagt.
Volgens Bovend’Eert liggen de uitgangspunten vast: demonstreren op de snelweg is bij wet verboden en het verbod om op de snelweg te demonstreren is een rechtmatige beperking van het grondwettelijke demonstratierecht.

Het kabinet doet het volgens Bovend’Eert voorkomen alsof deze zaak een aangelegenheid is voor het OM en de lokale autoriteiten:
Niets is echter minder waar. In het Nederlandse rechtssysteem is het OM geen onafhankelijke autoriteit die geheel zelfstandig besluit tot opsporing en vervolging van personen voor strafbare feiten en daartoe de politie aanstuurt. Het OM functioneert onder het gezag van de regering en de minister van Justitie en Veiligheid in het bijzonder. Hij of zij voert daartoe regelmatig overleg met de top van het OM, het College van procureurs-generaal. De minister kan beleidsregels en richtlijnen geven aan het OM en heeft de bijzondere bevoegdheid algemene of zelfs concrete aanwijzingen te geven aan alle leden van het OM om personen te vervolgen of niet te vervolgen. Het OM is geen onderdeel van de onafhankelijke rechtsprekende macht, maar een overheidsdienst onder het gezag van de regering.

Paul Bovend’Eert vindt dat de minister van Justitie en Veiligheid de zaak niet langer mag afschuiven naar de lokale autoriteiten. De minister moet het OM zelf aanwijzingen geven om personen te kunnen vervolgen die dergelijke gevaarlijke verkeerssituaties veroorzaken.

Uitgelicht

Rechter als schuldige

In februari zette de rechter een streep door een inreisverbod voor drie conservatieve islamitische predikers dat de ministers Faber en Van Weel hadden uitgevaardigd. Minister Faber noemde de uitspraak van de rechter  'een zwarte dag’, Van Weel had het over 'een teleurstellende uitkomst'. De rechter werd in de socials zwaar onder vuur genomen.

Voorzitter Marc Flierstra van de Vereniging voor Rechtspraak hekelde in Trouw van 25 februari 2025 de reactie van beide ministers: ‘Door dit soort uitspraken denken mensen dat het door deze rechter komt dat de haatpredikers Nederland in mochten. De ministers zijn zo medeschuldig aan het creëren van een klimaat waarbij deze rechter als schuldige wordt gezien. Het probleem lag bij het besluit van de ministers. Die hebben hun huiswerk niet goed gedaan. Als je dat nalaat, moet je vervolgens niet verbaasd zijn als een rechter gewoon zijn werk doet en oordeelt: Zo kan het niet. (06.04.2025)

Bekijk oude afleveringen Uitgelicht

Nieuw verschenen

 Schimmelpeninck

Hans Verbeek

De vergeten minister-president

Hans Verbeek beschrijft het leven van Gerrit Schimmelpenninck (1794-1863), zoon van Rutger Jan Schimmelpenninck die in de Franse tijd staatshoofd van Nederland was. Zelf werd Gerrit Schimmelpenninck in 1848 de eerste minister-president van Nederland, zij het slechts twee maanden. Hij was in 1848 de grote tegenstander van Thorbecke bij het tot stand komen van de nieuwe grondwet.
Hans Verbeek wil in zijn boek het beeld nuanceren van de progressieve liberaal Thorbecke tegenover een conservatieve graaf Schimmelpenninck die niets van grondwetswijzigingen wilde weten. Aan de hand van een reconstructie van de gebeurtenissen in 1848 beschrijft Verbeek de opkomst en ondergang van deze markante man. (20.04.2026)

ISBN 9789044660586, Prometheus Amsterdam, 2026

Lees meer over nieuwe boeken!

 

Knipoog

Het voorkomen van het kwaad

Bij de behandeling van de asielwetten in de Eerste Kamer in april 2026 kwam ook de functie van de Eerste Kamer weer eens uitgebreid aan de orde. Een discussie die al in 1848 ontstond toen de liberale coryfeeën Johan Rudolph Thorbecke en Dirk Donker Curtius het volkomen oneens bleken over de toekomst van de Eerste Kamer.

Bij zijn pogingen om de Nederlandse staatsinrichting te hervormen was Thorbecke in 1848 stellig van plan om de Eerste Kamer op te heffen. Hij noemde deze ‘zonder grond en doel’.
Dat dat niet lukte, moet op het conto van minister Donker Curtius worden geschreven. In zijn biografie De man van 1848 over Dirk Donker Curtius schrijft Mathijs van de Waardt over deze kwestie (pag. 246):

Donker zocht in de Eerste Kamer een instelling voor 'bedaarde overweging'. De Eerste Kamer was 'een waarborg tegen overijling, eene beperking van hartstogten in onrustige tijden, een bolwerk voor de troon' en daarnaast 'een krachtigen steun der wet'.
Dat de Kamer zelf niet veel bewerkstelligde, maar een waarborg was, was voor Donker evident. Hij benadrukte nog eens ‘dat in het algemeen het nut eener Eerste Kamer, hoe ook zamengesteld, meer gelegen is in het voorkomen van het kwaad dan in het stichten van het goede.
(20.04.2026)

Bekijk oude afleveringen Knipoog