De Nederlandse politiek is op zoek naar een uitweg uit de problemen rond Box 3 van de inkomstenbelasting. Deze problemen ontstonden toen de Hoge Raad in 2021 in zijn zogeheten Kerstarrest deze manier van belasting heffen in strijd oordeelde met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Tom Jan Meeus haalde in NRC van 19 september 2026 oud-minister Gerrit Zalm aan. Deze bedacht lang geleden de vermogensrendementsheffing voor Box 3. Ooit noemde hij het een ‘lekkere belasting’ waar zijn collega’s in het buitenland jaloers op waren. Die goede tijden liggen inmiddels ver achter ons, stelde Meeus vast. De afgelopen maanden bleek Box 3 – in de woorden van Meeus- ‘nogal een complicatie voor het prille premierschap van Rob Jetten’. De voorstellen van minister Eelco Heinen van Financiën voor een nieuwe vorm van vermogensheffing hebben inmiddels diepe sporen in de coalitie achtergelaten.
De problemen rond Box 3 kwamen in 2021 aan het licht toen de Hoge Raad met zijn zogeheten Kerstarrest kwam. Deze oordeelde toen dat het principe van een heffing op fictief rendement in de regeling uit 2017 in strijd was met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Een Nederlandse belastingplichtige had een zaak aangespannen tegen de staatssecretaris van Financiën over de berekening van zijn belastbaar inkomen over 2017 en 2018 in Box 3. Het werkelijke rendement was uiteindelijk veel lager uitgevallen dan het fictieve rendement waar hij belasting over had moeten betalen. De rechtbank Gelderland had hem eerder dat jaar in het ongelijk gesteld waarna hij een beroep had ingesteld bij de Hoge Raad. Deze draaide het vonnis terug en vond dat de belastingplichtige recht had op schadevergoeding.
In zijn vonnis stelde de Hoge Raad vast dat de regeling van het belasten van spaargeld en overig vermogen in Box 3 van de inkomstenbelasting op dat moment in strijd was met twee artikelen van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM):
- Het stelsel rond Box 3 was in strijd met het in artikel 1 van het Eerste Protocol EVRM neergelegde recht op ongestoord genot van eigendom.
- Ook was het stelsel discriminerend doordat degenen die pech hebben gehad met hun risicovolle beleggingen, relatief zwaarder werden belast dan anderen. Het discriminatieverbod in artikel 14 EVRM verbood het maken van een dergelijk onderscheid.
De reden waarom de Hoge Raad zich op het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en niet op de Grondwet beriep, heeft te maken met ons bijzondere systeem geregeld in art. 120 Gw dat het rechters verbiedt om wetten aan de Nederlandse Grondwet te toetsen. Vervolgens zegt art. 94 Gw dat je het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens in principe rechtstreeks mag toepassen binnen ons nationale recht en dat de Hoge Raad zich dus ook hierop kan baseren.
- ‘Kerstarrest’ Hoge Raad (24.12.2021)


