Website over de 23 grondrechten in de Grondwet

Artikel 18

Iedereen in Nederland heeft recht op rechtshulp.
Als je dit niet zelf kunt betalen, krijg je financiële hulp.

 

TEKST GRONDWET

100000 Ieder kan zich in rechte en in administratief beroep doen bijstaan.
2 De wet stelt regels omtrent het verlenen van rechtsbijstand aan minder draagkrachtigen.

 

ALGEMENE TOELICHTING

Introductie grondrechten
Na zeventien zogeheten klassieke grondrechten is art.18 Gw de eerste van vijf sociale grondrechten die in 1983 in de Grondwet zijn gekomen. Een deel van het parlement toonde zich overigens geen enthousiast voorstander van de invoering van deze nieuwe grondrechten. Een Kamerlid sprak zelfs van ‘een uittreksel van alle troonredes van de laatste tien, vijftien jaar’. Mede door deze benadering hebben de sociale grondrechten in Nederland een negatieve bijklank gekregen: wat kun je er feitelijk mee...

Uitwerking gelijkheidsbeginsel
De gedachte achter art. 18 Gw is dat iemand 'die een geringe draagkracht heeft, niet verstoken blijft van bijstand in rechte'. Het wordt ook wel gezien als een uitwerking van het gelijkheidsbeginsel in art. 1 Gw.
Destijds stelde de Staatscommissie Cals/Donner de volgende tekst voor in het Hoofdstuk VII Rechtsbedeling:
Ieder heeft aanspraak op rechtsbijstand. De wet regelt in welke gevallen deze kosteloos wordt verleend.

De toenmalige regering vond echter dat het recht op rechtsbijstand een belangrijk grondrecht was en dat het dus wel degelijk in Hoofdstuk 1 thuishoorde.

Klassiek en sociaal grondrecht
De uiteindelijke formulering maakt van art. 18 Gw een mengeling van een klassiek en sociaal grondrecht.

  • Lid 1 is een klassiek grondrecht: het is afdwingbaar.
  • Lid 2 is een sociaal grondrecht: het is een opdracht aan de wetgever.

In 1983 is er over gesproken om de klassieke en de sociale grondrechten soort bij soort bij elkaar te houden. Uiteindelijk heeft het parlement ervoor gekozen om als een onderwerp de twee soorten rechten bevat, ze toch bij elkaar te houden.

Wet op de rechtsbijstand
Reeds in 1824 kreeg Nederland een wettelijke regeling die het voor onvermogende burgers mogelijk maakte om kosteloos te procederen. Vanaf 1957 kent Nederland een door de overheid gefinancierde rechtsbijstand die voorziet in een vergoeding van de staat aan rechtshulpverleners.

In 1994 is de huidige Wet op de rechtsbijstand ingevoerd. De wet stelde de Raad voor Rechtsbijstand in die de verzoeken om gefinancierde rechtsbijstand ging behandelen.

Sommige juristen hebben kritiek op de Raad voor Rechtsbijstand omdat verzoekers de kans lopen dat hun zaak helemaal niet voor de rechter komt. De raad bepaalt feitelijk wie er voor gefinancierde rechtshulp in aanmerking komt. In de praktijk wijst men steeds meer zaken af die men niet haalbaar vindt. De juristen vinden dat niet de Raad voor Rechtsbijstand, maar in beginsel de rechter over de rechtmatigheid van aanspraken moet beslissen.


TOELICHTING OP ONDERDELEN

Lid 1   'In rechte doen bijstaan'
Het eerste lid van art.18 Gw geeft iedereen een afdwingbaar recht op juridische bijstand, dus ook niet-Nederlanders die in ons land met de rechter te maken krijgen.

Lid 2   'Rechtsbijstand aan minder draagkrachtigen'
In het tweede lid staat niet dat je recht hebt op gratis rechtsbijstand, maar dat de wetgever in de wet moet vastleggen op welke manier mensen die het niet kunnen betalen, een beroep op gefinancierde rechtsbijstand kunnen doen.
Uit de toelichting op het artikel blijkt dat de overheid dit recht mag beperken als het bijvoorbeeld gaat om:

  • het heffen van griffierechten
  • het vaststellen van een eigen bijdrage (afhankelijk van inkomen en vermogen van de aanvrager)
  • het veroordelen tot het betalen van proceskosten


NIEUWSITEMS

 

ACTUEEL

KOSTEN GEFINANCIERDE RECHTSBIJSTAND

Voor het eerst werden er reeds bij de coalitiebesprekingen van 2007 bezuinigingen op de rechtsbijstand afgesproken. Zowel in aantallen als in kosten waren de kosten van de rechtsbijstand sinds de invoering van de wet in 1994 exponentieel gegroeid. Een aantal jaren hebben opeenvolgende kabinetten geprobeerd het stelsel goedkoper te maken. Inmiddels hoort de gefinancierde rechtshulp tot de speerpunten van het Justitiebeleid.

In 2008 werd een voorstel afgewezen om van het bijdragestelsel een verzekeringsstelsel te maken. Hetzelfde gebeurde in 2011 met een poging om er een leenstelsel van te maken zodat de betrokkenen de kosten van rechtsbijstand later geheel of gedeeltelijk zouden moeten terugbetalen.
In 2018 deed toenmalig minister Dekker een nieuwe poging om te bezuinigen door de problemen van rechtsbijstandsgerechtigden zoveel mogelijk buiten de rechter op te lossen. Daarbij zou er een 'poortwachter' moeten komen, een onafhankelijke commissie die bepaalt of er wel of niet een goede reden is om de rechter in te schakelen. Ook de plannen van Dekker haalden het niet.

Inmiddels zit het Kabinet-Rutte IV op een ander spoor. In de Justitiebegroting voor 2023 wordt de toegang tot het recht samen met de bestrijding van de georganiseerde misdaad een speerpunt in het beleid genoemd. Voor beide beleidsterreinen is voor 2023 extra geld uitgetrokken.Zo trekt het kabinet in 2023 voor de gefinancierde rechtsbijstand 553 miljoen euro uit, bijna 150 miljoen meer dan in 2021.


Vrouwe Justitia 7 KLEINJURISPRUDENTIE

HET GEVECHT VAN LEONARD ASHINGDANE

Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens kijkt in individuele gevallen hoe toegankelijk het rechtsstelsel van een lidstaat is. De kern van de uitspraken van het hof rond art.18 Gw is dat de staat een systeem dient te waarborgen waarin iemand met een laag inkomen er vanwege de kosten van de procedure niet van af hoeft te zien ziet om zijn recht te halen. De overheid mag beperkingen aanbrengen bij het vergoeden van kosten, maar uit de jurisprudentie blijkt dat de vrijheid van een overheid om zulke beperkingen aan te brengen niet onbegrensd is.

Volgens uitspraken van het Europese Hof moet je om te bepalen of iemand voor rechtshulp in aanmerking komt, kijken naar zaken als:
•   Hoe ingewikkeld is de procedure?
•   Is het noodzakelijk dat er ingegaan wordt op alle juridische onderdelen?
•   Moeten er dure deskundigen worden ingeschakeld?

In 1970 stond Leonard Ashingdane in Engeland voor de rechter wegens gevaarlijk autorijden en ongeoorloofd wapenbezit. Ashingdane bleek te lijden aan paranoïde schizofrenie en de rechter besloot hem voor onbepaalde tijd de vrijheid te ontnemen. Ashingdane werd overgebracht naar een psychiatrisch ziekenhuis waar hij tot twee keer toe uit wist te ontsnappen waarna hij in een speciaal beveiligde inrichting werd ondergebracht.

Vanaf 1971 heeft Ashingdane voor verschillende Engelse rechtbanken zaken aangespannen om vrij te komen dan wel overgeplaatst te worden naar een inrichting met een ander regiem. Op een gegeven moment kreeg Ashingdane te horen dat zijn mogelijkheden binnen het Engelse rechtssysteem om voor gratis rechtshulp in aanmerking te komen inmiddels opgebruikt waren.
Uiteindelijk richtte Ashingdane zich in 1983 tot het Europese Hof met de vraag of het juist was dat hij niet toegelaten werd tot de rechter die hij wenste. In de uitspraak van 28 mei 1985 werd Ashingdane in het ongelijk gesteld. Het Europese Hof stelde dat het door art. 6 EVRM beschermde recht op toegang tot de rechter niet absoluut is:

  • De nationale wetgever mag bepaalde beperkingen aanbrengen, mits die niet zo ver gaan dat het recht op toegang tot de rechter niet meer effectief kan worden uitgeoefend. Het hof noemt dit ‘de beoordelingsspeelruimte van de lidstaten’.
  • De beperkingen moeten een legitiem doel dienen en dienen evenredig te zijn. Het recht mag niet in zijn essentie worden aangetast.

Het Europees Hof oordeelde dat de beperkingen die het Verenigd Koninkrijk in de zaak-Ashingdane gehanteerd had, de toets der kritiek konden doorstaan.


EUROPEES RECHT

Vooraf

  • Staatsrechtelijk is de Nederlandse wetgeving inclusief Grondwet ondergeschikt aan het Europees recht. Mochten Nederlandse wetten de burger echter méér garantie bieden, dan heeft hij aanspraak op de meest vergaande bescherming, in dit geval van de Nederlandse wet. Lees meer over de relatie tussen Grondwet en Europese grondrechten en de manier waarop de rechter daarmee om gaat.
  • De integrale teksten van de verdragen en andere regelgeving hieronder vindt u bij de downloads.

Handvest Grondrechten Europese Unie

  • Art. 47 Hv   Vergelijkbaar met de formulering in art. 18 Gw.

 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens

  • Art. 6 EVRM  Recht op een eerlijk proces    Dit artikel is ruimer dan art. 18 Gw. Ook genoemd worden in art. 6 EVRM: het recht op een advocaat naar keuze, eventueel kosteloze rechtsbijstand en de mogelijkheid van een gratis tolk.

 

Uitgelicht

Het kan wéér gruwelijk mis gaan

De risico’s die tot het Toeslagenschandaal hebben geleid, zijn niet verdwenen, stelde voorzitter Van Nispen van de enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening:vast bij de presentatie van hun eindrapport Blind voor mens en recht:
De blindheid voor mensen en voor hun rechten is er nog steeds. Een indringende constatering is dan ook dat het wéér gruwelijk mis kan gaan. Dit kan morgen weer gebeuren, zo lang de overheid zich niet aan de eigen wetten houdt. Zo lang grondrechten niet worden gerespecteerd, waarborgen ontbreken en rechtsstatelijk handelen niet dagelijks in praktijk wordt gebracht. Zo lang geen invulling wordt gegeven aan macht en tegenmacht. Zo lang de staatsmachten blind blijven voor mens en recht. Zo lang blijft het risico bestaan dat mensen door overheidshandelen worden vermorzeld. Dat kan ieder van ons overkomen.

 

Bekijk oude afleveringen Uitgelicht

Nieuw verschenen

bovendeert

Bovend’Eert en Kummeling
Het Nederlandse Parlement (13e druk)

Inmiddels zijn er zeven jaar verstreken sinds staatsrechtdeskundigen Paul Bovend’Eert en Henk Kummeling de vorige druk van de klassieker Het Nederlandse Parlement verzorgden. De eerste druk verscheen in 1938.
De nieuwe dertiende druk moest op tal van punten worden aangepast. Zo hebben de Tweede en Eerste Kamer resp. in 2021 en 2023 een nieuw reglement van orde gekregen. Andere belangrijke ontwikkelingen van de afgelopen jaren waren het vaststellen van gedragscodes voor Kamerleden en de ontwikkelingen in de onderlinge verhoudingen tussen Tweede en Eerste Kamer tijdens de laatste kabinetten-Rutte. Verder staan Bovend’Eert en Kummeling uiteraard ook stil bij de nasleep van de Kinderopvangtoeslagaffaire en de daaruit voortvloeiende roep om een nieuwe bestuurscultuur.
(29.03.2024)

Bekijk overzicht nieuwe boeken

Knipoog

Tusschen kapitaal en arbeid

Samuel van Houten had als Kamerlid in 1871 de degens gekruist met minister-president Thorbecke toen hij met het initiatief kwam om kinderarbeid aan banden te leggen. Als voorman van de ‘jong-liberalen’ bestreed Van Houten de opvattingen van staatsonthouding die Thorbecke en zijn generatie liberalen steeds hadden gepropageerd. In 1872 verwoordde hij zijn kritiek op Thorbecke in de brochure De staatsleer van Thorbecke:
In den strijd tusschen kapitaal en arbeid dreigt de laatste te worden onderdrukt. Bij de verdeeling van leertijd, werktijd en rusttijd worden de krachten der machinerien en de eischen der concurrentie, niet de krachten van den werkman en de eischen der ontwikkeling van hem en zijn gezin tot maatstaf gesteld.'
(13.05.24)

Bekijk oude afleveringen Knipoog