Website over de 23 grondrechten in de Grondwet

Nieuws

De coronacrisis en de grondrechten (2)

Het hoogtepunt van de coronacrisis lijkt begin mei voorbij. De eerste lockdown-maatregelen verdwijnen. De noodverordening is ter discussie komen te staan.

Op 23 maart 2020 besloot het kabinet in verband met de coronacrisis tot een noodverordening die onder andere leidde tot een inperking van art. 8 en 9 Gw waarin de vrijheid van vereniging en de vrijheid van vergadering vastliggen.
Zie nieuwsbericht De coronacrisis en de grondrechten (1) van 31 maart jl.

Kritiek op noodverordening
Inmiddels is het voor iedereen duidelijk dat de crisis van maart over lijkt te gaan in een langdurige anderhalvemetersamenleving. In Trouw van 24 april 2020 constateerden staatsrechtdeskundigen Jan Brouwer en Jon Schilder dat er snel iets moet gebeuren om de problemen rond de haastig geschreven noodverordening aan te pakken. Zoals bekend geeft de verordening vergaande bevoegdheden aan de 25 burgemeesters die voorzitter zijn van hun veiligheidsregio. Dankzij de noodverordening vallen deze 'superburgemeesters' op dit moment voor een deel van hun bevoegdheden rechtstreeks onder het kabinet en kunnen daarvoor niet door hun gemeenteraden worden gecontroleerd.

Jan Brouwer had het in het Trouw-artikel over twee tegenstrijdige rechten:
Aan de ene kant moeten de voorzitters van de veiligheidsregio’s de gezondheid en het leven van de bevolking beschermen, aan de andere kant staat in de Grondwet het recht op privacy en het huisrecht beschreven.
Jon Schilder stelde dat zo’n noodverordening alle rechten mag beperken, behalve de grondrechten:
Met het binnentreden van woningen en bedrijfsgebouwen worden het fundamentele recht op privacy en het huisrecht geschonden. Mocht je willen dat dit wél mogelijk moet zijn, dan moet het parlement de wet aanpassen.
Brouwer en Schilder benadrukten in het Trouw-artikel dat de noodverordening snel moet worden vervangen door ‘echte’ wetgeving.

In de Volkskrant van 5 mei schreef minister Kajsa Ollongren over ‘schurende dilemma’s’. De opdracht om kwetsbaren te beschermen en daarom het bezoek aan verpleeghuizen pijnlijke restricties op te leggen verhoudt zich maar moeizaam met het recht op het hebben van een familieleven.
Naar verwachting zal het kabinet de komende tijd een aantal wetswijzigingen aan de Tweede Kamer voorleggen om de noodverordening te vervangen door reguliere wetgeving die tijdelijk naast de bestaande wetgeving komt te staan.
Ollongren zei er dit over in Volkskrant:
Met deze deze wetgeving wordt tijdelijk een juridische basis geboden voor een samenleving waarin hygiënenormen en het betrachten van sociale afstand van groot belang zijn.

Privacygevoeligheid corona-app’s
Het plan van minister De Jonge halverwege april om zo snel mogelijk een app te laten ontwikkelen die kan bijhouden bij wie je in de buurt geweest bent, heeft de aandacht gevestigd op de privacygevoeligheid van de te bouwen app’s. Ook kwam de privacy nadrukkelijk in beeld toen informatiereuzen als Google, Facebook en Apple aanboden data aan regeringen beschikbaar te stellen om het gedrag van hun burgers in kaart te helpen brengen.
Vooralsnog lijkt de opwinding over de nieuwe app enigszins voorbarig, omdat het tempo waarmee minister De Jonge hoopte de software te kunnen laten ontwikkelen, bij lange na niet gehaald zal worden.

 

EERDERE BERICHTGEVING OVER CORONA EN GRONDRECHTEN

Uitgelicht

Academische vrijheid

In een advies aan minister Rianne Letschert van Onderwijs houdt de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen een pleidooi om de academische vrijheid in de Grondwet op te nemen. KNAW vindt dat de vrijheid om naar eigen inzicht onderzoek te doen en onderwijs te verzorgen op dit moment onvoldoende wettelijk verankerd is om aan bedreigingen het hoofd te bieden. Het nieuwe artikel zou kunnen luiden: ‘De academische vrijheid wordt geëerbiedigd en bevorderd.’

Ineke Sluiter, die deel uitmaakte van de KNAW-commissie, zei erover in NRC van 15 oktober 2026:
Je ziet nu de normalisering van een bepaalde minachting van universiteiten, ook vanuit de politiek. Argwaan zaaien, generalisaties over wat er daar allemaal zou gebeuren. Ook dat ondermijnt het vertrouwen in de wetenschap. Zo ver als in de VS gaat het niet, maar ook hier putten de politieke flanken uit het handboek dat daar wordt gevolgd. (25.10.2026)

Bekijk oude afleveringen Uitgelicht

Nieuw verschenen

 Schimmelpeninck

Hans Verbeek

De vergeten minister-president

Hans Verbeek beschrijft het leven van Gerrit Schimmelpenninck (1794-1863), zoon van Rutger Jan Schimmelpenninck die in de Franse tijd staatshoofd van Nederland was. Zelf werd Gerrit Schimmelpenninck in 1848 de eerste minister-president van Nederland, zij het slechts twee maanden. Hij was in 1848 de grote tegenstander van Thorbecke bij het tot stand komen van de nieuwe grondwet.
Hans Verbeek wil in zijn boek het beeld nuanceren van de progressieve liberaal Thorbecke tegenover een conservatieve graaf Schimmelpenninck die niets van grondwetswijzigingen wilde weten. Aan de hand van een reconstructie van de gebeurtenissen in 1848 beschrijft Verbeek de opkomst en ondergang van deze markante man. (20.04.2026)

ISBN 9789044660586, Prometheus Amsterdam, 2026

Lees meer over nieuwe boeken!

 

Knipoog

Het voorkomen van het kwaad

Bij de behandeling van de asielwetten in de Eerste Kamer in april 2026 kwam ook de functie van de Eerste Kamer weer eens uitgebreid aan de orde. Een discussie die al in 1848 ontstond toen de liberale coryfeeën Johan Rudolph Thorbecke en Dirk Donker Curtius het volkomen oneens bleken over de toekomst van de Eerste Kamer.

Bij zijn pogingen om de Nederlandse staatsinrichting te hervormen was Thorbecke in 1848 stellig van plan om de Eerste Kamer op te heffen. Hij noemde deze ‘zonder grond en doel’.
Dat dat niet lukte, moet op het conto van minister Donker Curtius worden geschreven. In zijn biografie De man van 1848 over Dirk Donker Curtius schrijft Mathijs van de Waardt over deze kwestie (pag. 246):

Donker zocht in de Eerste Kamer een instelling voor 'bedaarde overweging'. De Eerste Kamer was 'een waarborg tegen overijling, eene beperking van hartstogten in onrustige tijden, een bolwerk voor de troon' en daarnaast 'een krachtigen steun der wet'.
Dat de Kamer zelf niet veel bewerkstelligde, maar een waarborg was, was voor Donker evident. Hij benadrukte nog eens ‘dat in het algemeen het nut eener Eerste Kamer, hoe ook zamengesteld, meer gelegen is in het voorkomen van het kwaad dan in het stichten van het goede.
(20.04.2026)

Bekijk oude afleveringen Knipoog