• Website over de 23 grondrechten in de Nederlandse Grondwet
 

Geloof pastafari's geen godsdienst

De Raad van State heeft bepaald dat aanhangers van het zogeheten Pastafari-geloof geen pasfoto mogen inleveren met een vergiet op hun hoofd hetgeen in hun ogen een religieuze uiting is.

De zaak was aangespannen door Mienke de Wilde uit Nijmegen. De vrouw noemt zich een pastafari, oftewel een aanhangster van de Kerk van het Vliegende Spaghettimonster. Toen de vrouw twee jaar geleden een identiteitskaart en een rijbewijs aanvroeg, werden haar pasfoto's geweigerd door de gemeente, omdat zij een vergiet droeg. Volgens haar is het vergiet een heilig symbool binnen het pastafarisme. De burgemeester van Nijmegen weigerde de gevraagde documenten te verstrekken, omdat het hoofd van de vrouw op de pasfoto's bedekt is. Daarmee voldoen de foto's niet aan de wettelijke criteria die daarvoor gelden.
De vrouw ging in beroep tegen de weigering van de gemeente. Ze beriep zich daarbij op de grondwettelijke vrijheid van godsdienst. Aanhangers van andere godsdiensten mochten immers wel met bedekt hoofd op een officiële pasfoto staan.

Uiteindelijk kwam de zaak voor bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze stelde vast dat het in afwijking van de algemene regel mogelijk is een officieel document aan te vragen met een pasfoto waarop het hoofd bedekt is, als de aanvrager heeft aangetoond dat godsdienstige redenen zich verzetten tegen het onbedekt laten van het hoofd. Maar is het pastafarisme wel een godsdienst?

In zijn uitspraak oordeelde de Raad van State dat daarvan in deze zaak geen sprake is. Het satirische element van het pastafarisme overheerst zodanig dat deze stroming niet voldoet aan de criteria van 'overtuigingskracht, ernst, samenhang en belang'. Het zijn deze criteria die volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens maken dat 'een samenstel van bepaalde opvattingen' tot een godsdienst kan worden aangemerkt. In het bijzonder ontbreekt het volgens de Raad van State in het pastafarisme aan de vereiste ernst en samenhang en daarom kan deze stroming naar de huidige stand van zaken niet als godsdienst worden aangemerkt.
Overigens voegde de Raad van State eraan toe dat men het grote belang inzag om in vrijheid satirische kritiek op godsdienstige dogma's en instituties te uiten. Daarmee is die kritiek nog niet aan te merken als een gedachtegoed dat door de vrijheid van godsdienst wordt beschermd.

Volledige tekst uitspraak Raad van State 15.08.2018

 

EERDERE BERICHTEN OVER PASTAFARI

 

Nieuwsarchief

Uitgelicht


Statenverkiezingen in Caribisch Nederland
In 2010 zijn Saba, Sint-Eustatius en Bonaire bijzondere gemeenten van Nederland geworden. Bij deze operatie werd vergeten om de drie bij een provincie in te delen met als gevolg dat de Nederlandse staatsburgers daar niet in de gelegenheid zouden zijn om (indirect) hun stem uit te brengen voor de Eerste Kamer.
Om het probleem op te lossen is de Kieswet aangepast en daarvoor moest in 2017 ook de Grondwet veranderd worden. Aanvankelijk was het plan om de drie betrokken eilandsraden mee te laten stemmen voor de Eerste Kamer. Daar deed zich echter de moeilijkheid voor dat net als bij de gemeenteraden ook niet-Nederlanders voor de eilandraden mogen stemmen, terwijl voor de Statenverkiezingen het Nederlanderschap een vereiste is.
Voor de drie kleine Caribische eilanden is daarom een aparte verkiezing in de Kieswet bedacht. Tegelijk met de eilandsraadverkiezingen mogen de kiesgerechtigden met een Nederlandse nationaliteit op de eilanden ook hun stem uitbrengen voor een ‘kiescollege’. Dit college heeft als enige taak mee te doen aan de Eerste Kamer-verkiezingen. Samen zijn de drie eilanden goed voor 0,11 Kamerzetel.
(gepubliceerd op 19.03.2019)

Knipoog

Parlementair taalgebruik

Op 26 september 2018 schreef Ewoud Sanders een column in NRC Handelsblad over parlementair taalgebruik.
'Na de Algemene Politieke Beschouwingen van vorige week begint de vraag zich op te dringen hoe ver politici kunnen gaan voordat zij door de Kamervoorzitter worden teruggefloten. Wilders, die de beschouwingen mocht openen, zette meteen de toon. Ik telde drie keer oprotten en één keer 'Rot zelf lekker op!' Dit was gericht tegen 'de bende van Denk', zoals Wilders ze noemde. (…) Inmiddels lijken oprotten, oppleuren en oplazeren in Haagse kringen zo geaccepteerd dat de Kamervoorzitter ze kritiekloos laat passeren. Ik vind dat opmerkelijk. Zeker als je bedenkt dat van politici nog altijd wordt verwacht dat ze een voorbeeldfunctie vervullen.'
(gepubliceerd op 10.10.2018)

 Lees de hele column van Ewoud Sanders.