• Website over de 23 grondrechten in de Nederlandse Grondwet
 

Grondrechten

Artikel 22

De overheid moet de volksgezondheid in Nederland bevorderen en ze moet zorgen voor voldoende goede woningen. Verder schept de overheid voorwaarden voor ontplooiing en vrijetijdsbesteding.

TEKST GRONDWET

100000 De overheid treft maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid.
2 Bevordering van voldoende woongelegenheid is voorwerp van zorg der overheid.
3 Zij schept voorwaarden voor maatschappelijke en culturele ontplooiing en voor vrijetijdsbesteding.

 

TOELICHTING

Art. 22 Gw is een typisch sociaal grondrecht dat de overheid verschillende taken toebedeelt. Er komen in de drie onderdelen van het artikel een aantal wel zeer uiteenlopende beleidsthema’s voorbij: volksgezondheid, woongelegenheid, maatschappelijke en culturele ontplooiing en vrijetijdsbesteding. In alle drie bepalingen krijgt de overheid een taak; ze moet bevorderen, ze moet zorgen, ze moet voorwaarden scheppen. In één woord samengevat: zorgplicht.
Steeds betreffen ze de verhouding tussen de overheid en de burger. Ofwel: ze hebben een verticale werking.

Prof. Kortmann steekt in zijn boek Constitutioneel recht zijn mening over het belang van art. 22 Gw niet onder stoelen en banken (pag. 387):
Al met al is deze bepaling van een zodanige vaagheid dat zij hier verder geen aandacht behoeft.

Kortmann staat niet alleen in zijn scepsis over art. 22 Gw. Zo stellen de auteurs van Tekst & Commentaar op de Grondwet dat het artikel 'van een zodanige onbestemdheid is dat het nauwelijks betekenis heeft'.
Prof. Akkermans merkt in 2005 op zijn boek Grondrechten (pag. 141) op:
De laatste jaren is er bij voortduring bezuinigd op met name de gezondheidszorg, de welzijns- en culturele voorzieningen, maar ook op de woningbouw. De behandeling van artikel 22 in het parlement was minimaal, waaruit valt af te leiden dat de politieke betekenis van het grondrecht niet hoog werd geacht.


TOELICHTING OP ONDERDELEN

Lid 1
Bij de parlementaire behandeling van art. 22 Gw in de Tweede Kamer in 1976-1977 stond in de toelichting bij lid 1 dat hier ging om: 'het beleid ten aanzien van de verzekering tegen ziektekosten, de prenatale zorg, de zuigelingenzorg, de schoolgeneeskundige diensten, het bevorderen van onderzoek op medisch terrein, zorg voor de voedselvoorziening, enz.'

Opmerkelijk element van deze overheidszorg was het zogeheten Rijksvaccinatieprogramma uit 1957 stamt. Dit programma hield in dat alle kinderen in Nederland voortaan kosteloos gevaccineerd konden worden tegen belangrijke infectieziekten. Deelname aan de vaccinatie was en is nog steeds niet verplicht, maar anno 2018 lag de vaccinatiegraad van zuigelingen en kleuters boven de 90 procent, blijkt uit de jaarcijfers van het RIVM. De afgelopen jaren is de vaccinatiegraad enkele procenten gedaald. Vele jaren lag deze zelfs rond de 95 procent.

Hoewel de gezondheidszorg de afgelopen tijd zeer regelmatig onderwerp van discussie is, wordt dit grondwetsartikel hier zelden bij betrokken. Een van die zeldzame momenten is een opmerking van de Raad van State in het jaarverslag van 2004 (pag. 80) naar aanleiding van een advies over de Zorgverzekeringswet:
Het voorstel combineert een privaatrechtelijke zorgverzekering met alleen die publiekrechtelijke randvoorwaarden die noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van de markt om te voldoen aan internationaalrechtelijke verplichtingen en aan de minimumvereisten die uit artikel 22 van de Grondwet voortvloeien. Volgens de Raad schuilt de kwetsbaarheid van deze aanpak in de combinatie van voorwaarden voor marktwerking met eisen van toegankelijkheid en betaalbaarheid.

Lid 2
Huisvesting is sinds de Woningwet van 1901 weliswaar al onderwerp van actief overheidsingrijpen, maar net als de gezondheidszorg kwam het thema pas in 1983 in de Grondwet terecht.
Bij de parlementaire behandeling in 1976-1977 stond in de toelichting bij lid 2 dat het hier niet om het aantal woningen ging, maar ook ‘om het volume, de kwaliteit, de veiligheid en de gezondheid ervan’.
Enkele Kamerleden vroegen zich af wat ‘voldoende woongelegenheid’ inhield. Denkt de regering hier misschien zelfs aan een recht op wonen? De regering kwam met een ingewikkeld antwoord:
Het beleid moet erop gericht zijn dat slechts in noodgevallen een situatie van onvoldoende wooneenheden mag bestaan.

Van der Pot ‘vertaalt’ dat in het Handboek van het Nederlands Staatsrecht (2012) met 'voldoende betaalbare woongelegenheid'.

Lid 3
Met maatschappelijke ontplooiing bedoelde de regering 'de zorg om de relaties van mens tot mens, in gezin, werk en samenleving, zo goed mogelijk te laten functioneren, de zorg derhalve voor het maatschappelijk welzijn van de mens'.
Zo’n antwoord riep meteen  tal van vragen op. Wat betekent die ‘zorg om de relaties van mens tot mens'? Wat heeft de overheid feitelijk met de maatschappelijke ontplooiing van de burgers te maken? Is iedereen hiervan wel gediend?

Met culturele ontplooiing en vrijetijdsbesteding ging het er volgens de regering om dat de burger 'voldoende mogelijkheden krijgt om kennis te nemen van en te participeren in cultuuruitingen en gebruik te maken van recreatieve voorzieningen'.
Bevordering van de kunst valt wel onder lid 3, maar vrijheid van de kunst niet, blijkt tijdens de parlementaire behandeling. De overheid moet zich weliswaar onthouden van een oordeel over de inhoud van een kunstuiting, maar bijvoorbeeld bij subsidies aan de kunst is het onvermijdelijk dat de overheid er beoordelingscriteria op na houdt die dichtbij een inhoudelijk oordeel liggen.

 

GESCHIEDENIS

Reeds in de Staatsregeling voor het Bataafsche Volk uit 1798 werden er woorden gewijd aan één van de thema’s van art. 22 Gw, namelijk de gezondheid.
Artikel 62 in het hoofdstuk 'Burgerlijke en staatkundige Grondregels' geeft de overheid de volgende taak:

000000 Zij strekt, insgelijks, door heilzame wetten, haare zorg uit tot alles, wat in het algemeen de gezondheid der Ingezetenen kan bevorderen, met wegruiming, zooveel mooglijk, van alle belemmeringen.’De overheid treft maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid.


Drie jaar later was het artikel verdwenen uit de Staatsregeling des Bataafschen Volks om pas in de Grondwet van 1983 terug te keren...

 

ACTUEEL

UITGEPROCEDEERDE ASIELZOEKERS NIET OP STRAAT LATEN STAAN


Begin 2013 diende de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) een klacht in tegen de Nederlandse staat bij het Comité voor Sociale Rechten van de Raad van Europa . Het kerkgenootschap vond dat Nederland asielzoekers in de kou liet staan die niet voldoende papieren hadden of afgewezen waren, door hen zonder voedsel en kleding op straat te zetten. Daarmee zou Nederland het Europees Sociaal Handvest schenden.
In een voorlopig oordeel achtte het Comité voor Sociale Rechten eind oktober 2013 de klacht van PKN gegrond en stelde de Nederlandse overheid in het ongelijk. De Nederlandse overheid moet ook de uitgeprocedeerde asielzoekers voorzien van eten, kleding en onderdak.
De uitspraak houdt in dat de overheid tot er een definitieve uitspraak is, deze groep niet op straat laten staan.

Op 1 juli 2014 kwam het Comité tot een definitief oordeel dat identiek was aan het voorlopige vonnis van een halfjaar daarvoor. Nederland mocht geen uitgeprocedeerde asielzoekers op straat laten staan.
Het comité stelde in zijn vonnis onder andere het volgende vast:
Het recht op onderdak is nauw verbonden met het recht op leven en cruciaal voor de eerbiediging van de menselijke waardigheid van ieder mens. Net als in eerdere jurisprudentie stelt het Comité dat ook volwassen migranten zonder verblijfsrecht recht hebben op onderdak. Ook wanneer zij het land moeten verlaten. (...) Toegang tot voedsel, water, kleding en een veilige plek om te slapen zijn minimumvereisten om te kunnen overleven.

 

Vrouwe Justitia 7 KLEINEUROPEES RECHT

Vooraf

  • Staatsrechtelijk is de Nederlandse wetgeving inclusief Grondwet ondergeschikt aan het Europees recht. Mochten Nederlandse wetten de burger echter méér garantie bieden, dan heeft hij aanspraak op de meest vergaande bescherming, in dit geval van de Nederlandse wet. Lees meer over de relatie tussen Grondwet en Europese grondrechten en de manier waarop de rechter daarmee om gaat.
  • De integrale teksten van de verdragen en andere regelgeving hieronder vindt u bij de downloads.

Handvest Grondrechten Europese Unie

  • Art. 13 Hv   Vrijheid van kunsten en wetenschappen
    De kunsten en het wetenschappelijk onderzoek zijn vrij.
    Een kunstwerk als uiting van gedachten of gevoelens kan vallen onder de bescherming van de vrijheid van meningsuiting.
  • Art. 35 Hv   Gezondheid en gezondheidszorg
    Een ieder heeft recht op toegang tot preventieve gezondheidszorg en op medische verzorging onder de door de nationale wetgevingen en praktijken gestelde voorwaarden.
    Bij de bepaling en de uitvoering van het beleid en het optreden van de EU wordt een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid verzekerd.

 

Uitgelicht

 Nu is het aan ons

Schrijver Eva Rovers signaleert dat in verschillende landen om ons heen inwoners meepraten en meebeslissen over maatschappelijke zaken als klimaat, biodiversiteit en energietransitie. Voor zo’n burgerberaad wordt een groep burgers door het lot aangewezen. Ze krijgen de opdracht samen op zoek te gaan naar oplossingen. Rovers schrijft: 'Geen debat dus, maar een dialoog, geen meningenuitwisseling, maar uitwisselingen van waarden en perspectieven'.

Rovers wil met haar ‘oproep tot echte democratie’ – de subtitel van het boek - laten zien ‘dat de kennis en ervaring van burgers onmisbaar zijn voor het te lijf gaan van de grote problemen van deze eeuw’:
Dat bewustzijn moet niet alleen tot politici doordringen, maar ook tot burgers zelf. Veel mensen zijn gaan geloven dat onze macht niet verder reikt dan het stemhokje of onze portemonnee. Maar we zijn zo veel meer dan kiezer en consument. We zijn inwoners van een dorp, een stad, van een land, een planeet.

Zie voor informatie over het boek Pas verschenen. Voor meer informatie kijk op www.bureauburgerberaad.nl.
U kunt er ook een petitie voor het organiseren van burgerberaden tekenen. (16.05.22)

 Nu is het aan ons COVER KL

Bekijk oude afleveringen Uitgelicht

Pas verschenen

boeken

 

 

Eva van Vugt
De Staten-Generaal vertegenwoordigen het geheele Nederlandsche volk

Docent Staatsrecht Eva van Vugt van de Universiteit Utrecht heeft onderzoek gedaan naar de veranderingen in de betekenis van art. 50 Gw tussen 1814 en 1983. Het artikel zegt: ‘De Staten-Generaal vertegenwoordigen het gehele Nederlandse volk’.
Toen deze bepaling in 1814 werd vastgesteld, had het Nederlandse volk geen kiesrecht en lag vrijwel alle macht nog bij de koning. Sindsdien is er veel veranderd, maar de tekst van het Gronmdfwwetrsartkel bleef onveranderd. Eva van Vugt zet op een rij wat er al die tijd met de betekenis van deze bepaling gebeurd is.

cover van vught

Kijk hier voor meer nieuwe publicaties

 

 

Knipoog

Staatsinrichting

In een interview in NRC Handelsblad van 23 december 2021 vertelde Caroline van der Plas van de BoerBurgerBeweging dat ze informateur Mariëtte Hamer had gevraagd wanneer er nieuwe verkiezingen zouden kunnen komen.

‘Dat bepaalt ú,’ zei Hamer, ‘als Tweede Kamer.’
Toen dacht ik: O Caroline, leer nou eens wat over staatsinrichting. (11.01.22)

Bekijk oude afleveringen Knipoog