• Website over de 23 grondrechten in de Nederlandse Grondwet
 

Grondrechten

Preambule

De Grondwet waarborgt de grondrechten en de democratische rechtsstaat.

 

 

TEKST GRONDWET

000000 De Grondwet waarborgt de grondrechten en de democratische rechtsstaat.

 

ALGEMENE TOELICHTING

Advies Staatscommissie Herziening Grondwet
Destijds in 2010 adviseerde de Staatscommissie Herziening Grondwet om de Grondwet te beginnen met een algemene bepaling dat Nederland een democratische rechtsstaat is. In juni 2014 besloot de ministerraad om de Grondwet te beginnen met de preambule: 'De Grondwet waarborgt de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten.' Zo'n twee jaar later werd een voorstel met die strekking bij de Tweede Kamer ingediend.

Eerste lezing
Toen de preambule in april 2017 op de agenda van de Tweede Kamer stond, bleken de meeste fracties niet warm te lopen voor de voorgestelde zin. Voor de ene partij bleek het niet ver genoeg te gaan, terwijl andere partijen de preambule helemaal overbodig vonden.

Sven Koopmans (VVD) diende een amendement in om de door het kabinet voorgestelde tekst te wijzigen in: 'De Grondwet waarborgt de grondrechten en de democratische rechtsstaat.'
Een Kamermeerderheid bleek zich op 6 juni 2017 in het amendement te kunnen vinden. Tegen stemden alleen CDA, PVV en Forum voor Democratie. De andere amendementen werden verworpen. Zo wilde Thierry Baudet in de preambule ook de soevereiniteit van het Nederlandse volk vastleggen.

Nadat de Tweede Kamer akkoord gegaan was, nam de Eerste Kamer op 6 maart 2018 het voorstel aan zodat het voorstel na de volgende Tweede Kamerverkiezingen in tweede lezing verder zou kunnen worden behandeld.

Tweede lezing
Op 1 april 2021 diende het kabinet het wetsvoorstel met de preambule in bij de nieuwe Tweede Kamer. Zowel de Tweede als de Eerste Kamer moeten in tweede lezing met een tweederde meerderheid met de Grondwetswijziging akkoord gaan.

Op 28 september 2021 ging minister Ollongren in op de opmerkingen die in de vaste commissie van Binnenlandse zaken op 28 mei 2021 waren gemaakt. Zo noemde het CDA de nieuwe bepaling alleen wenselijk als deze leidt tot een normatieve versterking van de Grondwet.
Minister Ollongren antwoordde dat de preambule een waarborgfunctie en een interpretatieve functie heeft:
Zij verplicht de grondwetgever de grondrechten en de democratische rechtsstaat te waarborgen en ze biedt een interpretatief kader waarbinnen de Grondwet gelezen en begrepen moet worden.

De Tweede Kamer heeft het voorstel op 5 april 2022 aangenomen.Het wetsvoorstel wacht op de plenaire behandeling in de Eerste Kamer.

Nut en noodzaak?
Over het nut en de noodzaak van de preambule zei minister Ollongren naar aanleiding van de opmerkingen in de commissievergadering van mei 2021 dat de algemene bepaling de contouren aangeeft waarbinnen de Grondwet gelezen en begrepen dient te worden.
Hoogleraar Staats- en bestuursrecht Wim Voermans heeft in zijn Het verhaal van de grondwet nogal wat bedenkingen bij de preambule (pag. 359). Volgens hem zou zo’n algemene bepaling het historisch hoe en waarom van de Nederlandse Grondwet moeten uitleggen. Voermans vraagt zich af of het Nederlandse volk dat kennelijk weinig met de Grondwet op heeft, door ‘deze weinig gevleugelde bepaling het democratisch-rechtsstatelijke licht (…) ineens wel zal zien. Maar - zo voegt hij eraan toe - baat het niet, dan schaadt het niet…

 

NIEUWSITEMS

 

ACTUEEL

OP WEG NAAR EEN CONSTITUTIONELE TOETSING

Een aantal partijen legde in april 2022 bij de behandeling van de preambule in de Tweede Kamer een verband met de constitutionele toetsing. Leent de preambule zich wellicht als een staatsrechtelijke basis voor een constitutionele toetsing, vroegen ze zich af. Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken was daar later duidelijk over. Op 28 september 2021 zei ze namelijk dat deze weg niet bewandeld hoefde te worden. Voor het instellen van de constitutionele toetsing volstond het schrappen van art. 120 Gw, aldus de minister.

In Nederland toetst de rechter handelingen van burgers en overheden aan de wet. Wat een Nederlandse rechter op dit moment echter niet kan doen, is het toetsen van wetten aan de Grondwet. Art. 120 Gw verbiedt dat namelijk expliciet:

000000 De rechter treedt niet in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten en verdragen.

 

De achtergrond van art. 120 is dat in Nederland de Eerste en Tweede Kamer en de regering de wetten maken. Alleen zij mogen deze regels maken en de rechter moet doen wat er in de wet staat.

Uitzondering in Europa
Met zo'n expliciet verbod op constitutionele toetsing is Nederland zo langzamerhand een uitzondering in Europa geworden. Voormalig Ombudsman Alex Brenninkmeijer zei in 2015 in zijn oratie als hoogleraar aan de Universiteit Utrecht ervan overtuigd te zijn dat Nederland als rechtsstaat niet door een stresstest zou komen:
Voer hier zo snel mogelijk de constitutionele toetsing in. Als je zoals in Nederland wetten niet aan de Grondwet mag toetsen, en je ziet daarnaast dat er maar zelden een rechtszaak over de Grondwet zelf gaat, dan is onze Grondwet dus zo dood als een pier.

Eind 2018 stelde de Staatscommissie Parlementair stelsel in haar eindrapport Lage Drempels, hoge dijken voor om een constitutioneel hof op te richten dat wetten aan de klassieke grondrechten uit de Grondwet mag toetsen. Zo zouden burgers beter beschermd kunnen worden tegen wetten die mogelijk inbreuk maken op hun grondwettelijke rechten, aldus de commissie.
Het kabinet nam dit voorstel niet over, omdat men eerst wilde nagaan of er andere mogelijkheden waren om deze toetsing vorm te geven.

Kamermoties
Op 29 april 2021 nam de Tweede Kamer een motie aan waarin de regering werd opgeroepen om art. 120 Gw te schrappen. Aanleiding voor de motie van CDA-Kamerlid Anne Kuik waren de ‘weeffouten in het Nederlandse politieke en bestuurlijke systeem’ die de Toeslagenaffaire had blootgelegd. In de motie vroeg de Kamer de regering binnen een jaar met voorstellen te komen om art. 120 Gw te schrappen en met een nieuwe grondwettelijke toetsing te komen.
Een half jaar later ging de Kamer een stap verder. Bij de behandeling van de begroting van Binnenlandse Zaken op 2 november 2021 werd een motie van Sylvana Simons van BIJ1 aangenomen die de regering rechtstreeks vroeg om een onderzoek te starten naar het instellen van het Constitutionele Hof.

Onderzoek kabinet
In het regeerakkoord van Rutte-IV, dat op 15 december 2021 werd gepresenteerd, stond dat het kabinet gaat onderzoeken welke vorm van constitutionele toetsing het best bij het Nederlandse rechtssysteem past.
Op verzoek van minister Weerwind voor Rechtsbescherming hebben de Hoge Raad, de Raad van State en de Raad voor de Rechtspraak zich inmiddels over de constitutionele toetsing gebogen. De drie adviesraden bleken het in mei 2022 opmerkelijk eens in hun conclusies:

  • Er is geen behoefte aan een apart constitutioneel hof.
  • De gewone rechter kan de wetten aan de Grondwet toetsen.
  • In elk geval zal er aan de klassieke grondrechten moeten worden getoetst.

Euvels repareren
Op 22 juli 2022 schreef NRC Handelsblad in een hoofdredactioneel commentaar onder de kop 'Toetsen aan de Grondwet door de rechter zal burger soelaas bieden':
De rechter moet heel wat euvels repareren. Die zijn het gevolg van een vooral pragmatisch politiek be­stuur dat gebukt gaat onder versplintering, in de greep is van de ‘mediawerkelijkheid’ en moeite heeft met langeretermijnvisies. En dus vaker met gelegenheids­wetten komt, delegeert aan uitvoeringsorganisaties en ingewikkelde thema’s afschuift aan commissies, over­legtafels of gelegenheidsbestuurders. In het voorheen juridisch geweten van de Staten-Generaal, de Eerste Kamer, krijgen politieke afwegingen intussen vaker de voorrang boven staatsrechtelijke of constitutionele.

 

 

Uitgelicht

Democratische rechtsorde

Op 2 juni 2022 hield Herman Tjeenk Willink in de Gotische Zaal van de Raad van State de lezing ‘Tot zover ben ik gekomen’. De oud vice-president van de Raad van State begon zijn publiek te vertellen dat ze niets nieuws zouden horen. Wat hij ging zeggen, zei hij al heel lang, maar er werd tot u toe niet naar hem geluisterd.

Zoals het nu gaat, gaat het mis, hield Herman Tjeenk Willink zijn toehoorders voor:
Het functioneren van de overheid zelf holt de democratische rechtsorde uit die ook een sociale rechtsorde pretendeert te zijn. Daarvan worden burgers die van de overheid afhankelijk zijn, zij die het niet zo goed getroffen hebben, als eersten het slachtoffer. [...]
Burgers zijn de laatste veertig jaar onzeker geworden over wat zij van de overheid mogen verwachten. De sociale grondrechten, ‘kernverantwoordelijkheden’ van de overheid, werden in 1983 met algemene stemmen in de Grondwet opgenomen, maar speelden de afgelopen 35 jaar in het politieke debat nauwelijks een rol. Het besef dat de klassieke en sociale grondrechten met elkaar verband houden, niet voor niets in één hoofdstuk zijn opgenomen, lijkt te zijn verdwenen. (29.06.22)

Bekijk oude afleveringen Uitgelicht

Pas verschenen

boeken

 

 

Prof. mr. A.W. Heringa e.a.
Staatsrecht

Onlangs verscheen de veertiende druk van Staatsrecht dat in 1972 voor het eerst verscheen onder de titel Compendium van het Staatsrecht en geschreven werd door T. Koopmans. Inmiddels is dit compendium uitgegroeid tot een standaardwerk van 660 pagina’s. Auteurs Aalt Willem Heringa, Luc Verhey en Wytze van der Woude hebben hun Staatsrecht voor de nieuwe druk flink onder handen genomen en met name de structuur van het boek drastisch gewijzigd. Vanuit het staatsrecht hebben de auteurs hebben geprobeerd constitutionele kwesties te beschrijven in hun maatschappelijke context.

CoverStaatsrecht

Kijk hier voor meer nieuwe publicaties

 

 

Knipoog

Doe eenen ander niet...

In 1798 kreeg Nederland zijn Staatsregeling voor het Bataafsche Volk. Artikel 6 van deze eerste Nederlandse grondwet luidde:
Alle de pligten van den Mensch in maatschappij hebben hunnen grondslag in deze heilige Wet: Doe eenen ander niet, hetgeen gij niet wenscht dat aan u geschiede. Doe aan anderen, ten allen tijde, zoo veel goeds, als gij, in gelijke omstandigheden, van hun zoudt wenschen te ontvangen.

Al wekenlang bivakkeren ‘anderen’ in de buitenlucht van Ter Apel. Een goed moment om je te realiseren dat dit artikel 6 bijna 225 jaar na dato nog niets aan zeggingskracht verloren heeft.
(Eerlijkheid gebiedt overigens om hier meteen aan toe te voegen dat het bewuste artikel in de volgende Staatsregeling 1806 alweer verdwenen was.) (5.09.22)

Bekijk oude afleveringen Knipoog