De Grondwet waarborgt de grondrechten en de democratische rechtsstaat.
TEKST GRONDWET
000000 | De Grondwet waarborgt de grondrechten en de democratische rechtsstaat. |
ALGEMENE TOELICHTING
Advies Staatscommissie Herziening Grondwet
Destijds in 2010 adviseerde de Staatscommissie Herziening Grondwet om de Grondwet te beginnen met een algemene bepaling dat Nederland een democratische rechtsstaat is. In juni 2014 besloot de ministerraad om de Grondwet te beginnen met de preambule: 'De Grondwet waarborgt de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten.' Zo'n twee jaar later werd een voorstel met die strekking bij de Tweede Kamer ingediend.
Eerste lezing
Toen de preambule in april 2017 op de agenda van de Tweede Kamer stond, bleken de meeste fracties niet warm te lopen voor de voorgestelde zin. Voor de ene partij bleek het niet ver genoeg te gaan, terwijl andere partijen de preambule helemaal overbodig vonden.
Sven Koopmans (VVD) diende een amendement in om de door het kabinet voorgestelde tekst te wijzigen in: 'De Grondwet waarborgt de grondrechten en de democratische rechtsstaat.'
Een Kamermeerderheid bleek zich op 6 juni 2017 in het amendement te kunnen vinden. Tegen stemden alleen CDA, PVV en Forum voor Democratie. De andere amendementen werden verworpen. Zo wilde Thierry Baudet in de preambule ook de soevereiniteit van het Nederlandse volk vastleggen.
Nadat de Tweede Kamer akkoord gegaan was, nam de Eerste Kamer op 6 maart 2018 het voorstel aan zodat het voorstel na de volgende Tweede Kamerverkiezingen in tweede lezing verder zou kunnen worden behandeld.
Tweede lezing
Op 1 april 2021 diende het kabinet het wetsvoorstel met de preambule in bij de nieuwe Tweede Kamer. Zowel de Tweede als de Eerste Kamer moeten in tweede lezing met een tweederde meerderheid met de grondwetswijziging akkoord gaan.
Op 28 september 2021 ging minister Ollongren in op de opmerkingen die in de vaste commissie van Binnenlandse zaken op 28 mei 2021 waren gemaakt. Zo noemde het CDA de nieuwe bepaling alleen wenselijk als deze leidt tot een normatieve versterking van de Grondwet.
Minister Ollongren antwoordde dat de preambule een waarborgfunctie en een interpretatieve functie heeft:
Zij verplicht de grondwetgever de grondrechten en de democratische rechtsstaat te waarborgen en ze biedt een interpretatief kader waarbinnen de Grondwet gelezen en begrepen moet worden.
De Tweede Kamer heeft het voorstel op 5 april 2022 aangenomen.Het wetsvoorstel wacht op de plenaire behandeling in de Eerste Kamer.
Nut en noodzaak?
Over het nut en de noodzaak van de preambule zei minister Ollongren naar aanleiding van de opmerkingen in de commissievergadering van mei 2021 dat de algemene bepaling de contouren aangeeft waarbinnen de Grondwet gelezen en begrepen dient te worden.
Hoogleraar Staats- en bestuursrecht Wim Voermans heeft in zijn Het verhaal van de grondwet nogal wat bedenkingen bij de preambule (pag. 359). Volgens hem zou zo’n algemene bepaling het historisch hoe en waarom van de Nederlandse Grondwet moeten uitleggen. Voermans vraagt zich af of het Nederlandse volk dat kennelijk weinig met de Grondwet op heeft, door ‘deze weinig gevleugelde bepaling het democratisch-rechtsstatelijke licht (…) ineens wel zal zien. Maar - zo voegt hij eraan toe - baat het niet, dan schaadt het niet…
In Trouw van 5 november 2022 schreef Hans Goslinga dat hij niet verwacht had het mooi te zullen vinden dat er 'aan onze Grondwet nu de verzekering voorafgaat dat de grondrechten, de democratie en de rechtsstaat worden gewaarborgd'. Goslinga constateert dat vooral na de toeslagenaffaire het in Nederland bergafwaarts gegaan is met het geloof in de democratische rechtsstaat:
Dit speelde niet in Hongarije of Polen, maar in eigen huis. Nu is de regering er zelfs voorstander van dat rechters de wetten gaan toetsen aan de Grondwet. Goed nieuws voor de burgers, want zij kunnen straks naar de rechter stappen als zij menen dat een van hun grondrechten in het geding is.
NIEUWSITEMS
- Raad van State legt in adviezen over asielwetten relatie met grondrechten (11.02.2025)
- Negen onderdelen regeerprogramma Kabinet-Schoof in strijd met rechtsstatelijkheid (16.10.2024)
- Coalitie overweegt toegang tot recht voor organisaties te beperken (28.06.2024)
- Staatscommissie rechtsstaat wil werking rechtsstaat verbeteren (16.06.2024)
- Rechtsstaat in hoofdlijnenakkoord coalitie (16.05.2024)
- Raad van State pleit voor innoveren rechtsstaat (19.04.2024)
- Staatscommissie Rechtsstaat wil werking rechtsstaat verbeteren (16.04.2024)
- Afspraken BBB, NSC, PVV en VVD over rechtsstatelijkheid (13.02.2024)
- Advies ‘Koester de democratie’ verschenen (08.12.2023)
- Staatscommissie Rechtsstaat sluit consultatie af (10.07.2023)
- Kabinet stuurt twee grondwetsherzieningen naar Tweede Kamer (01.07.16)
- Grondwet krijgt algemene bepaling over democratische rechtsstaat (02.07.14)
ACTUEEL
OP WEG NAAR EEN CONSTITUTIONEEL HOF
In deze rubriek Actueel bij de Preambule verzamelden we tot nu toe het nieuws over de plannen om in Nederland een constitutionele toetsing in te voeren. Omdat dit nieuws in de loop van de tijd flink uitgebreid is, hebben we deze informatie verhuisd naar een nieuw Dossier Constitutioneel hof.
HET STATUUT VOOR HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN
Op 15 december 1954 werd het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden ondertekend. Daarmee kwam een eind kwam aan de oude verhoudingen van Nederland als moederland en de Nederlandse Antillen en Suriname als koloniën overzee. Voortaan was er - in elk geval op papier - sprake van drie zelfstandige landen binnen het Koninkrijk.
Destijds voelde de Nederlandse regering er niets voor om een federatie als het Britse Gemenebest op te tuigen en werd er bewust voor gekozen om zo weinig mogelijk in het Statuut vast te leggen. Waar mogelijk sloot men aan bij de bestaande Grondwet.
Deze relatie met de Grondwet werd geregeld in art. 5 van het Statuut. Het tweede lid van dat artikel zegt dat de Grondwet de bepalingen van het Statuut in acht neemt. In Trouw van 13 december 2024 noemde staatsrechtdeskundige Paul Bovend'Eert het Statuut ’een soort inlegvel’ in de Nederlandse Grondwet.
In 1975 werd Suriname onafhankelijk waarbij het land het Koninkrijk verliet. In 1986 kreeg Aruba zijn zogeheten status aparte en in 2010 vielen de Antillen uit elkaar. Aruba, Curaçao en Sint Maarten werden drie onafhankelijke landen binnen het Koninkrijk. De eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba kregen een nieuwe status als bijzondere gemeenten binnen Nederland. Deze veranderingen zorgden voor evenzovele aanpassingen van het Statuut.
- De tekst van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden vindt u in de Downloads op deze site.
Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden zegt dat de vier landen binnen het Koninkrijk zelfstandig zijn en dat het Koninkrijk alleen op het gebied van defensie, Nederlanderschap en buitenlandse betrekkingen als geheel verantwoordelijk is. Deze samenwerking krijgt vorm in een Rijksministerraad waarin naast de Nederlandse ministers ook de drie gevolmachtigd ministers van de Caribische landen zitten.
Art. 43 zegt dat elk land zorg draagt voor de mensenrechten, de rechtszekerheid en de deugdelijkheid van het bestuur in het land. Het waarborgen ervan is een aangelegenheid van het Koninkrijk. Zodra ergens binnen het Koninkrijk sprake is van 'ondeugdelijk bestuur' mag de Rijksministerraad besluiten om in te grijpen.
De Raad van State stelde in oktober 2024 -in zijn hoedanigheid als 'Raad van State van het Koninkrijk' -in een zogeheten spontaan advies n.a.v. het zeventigjarig jubileum vast dat het Statuut nog steeds relevant is: 'Het biedt ruimte en concrete handvatten om nauwer samen te werken binnen het Koninkrijk, zowel tussen Nederland en de Caribische landen als tussen de drie Caribische landen onderling.'
Volgens de raad zijn verbeteringen mogelijk zonder het Statuut te wijzigen, maar dan 'is het wel noodzakelijk om het Statuut met een hedendaagse bril te lezen en naar de context van vandaag te interpreteren.' De Raad van State formuleert in zijn advies twee uitgangspunten voor de toekomst van het Koninkrijk: werken aan constructieve samenwerking en onderlinge bijstand en samen bijdragen aan evenwichtiger verhoudingen en wederzijds begrip.
GRONDWET VOOR HET MILIEU
Joyeeta Gupta is hoogleraar Milieu en Ontwikkeling van de Universiteit van Amsterdam. Ze vindt dat er een wereldwijde grondwet moet komen om het klimaat te beschermen. Zo’n grondwet moet een raamwerk bieden waarbinnen landen moeten opereren.
De wereldwijde grondwet zou volgens Joyeeta Gupta moeten voortbouwen op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Die moet worden geüpdatet omdat er niets in staat over het klimaat of biodiversiteit. In het tijdschrift Financial Investigator van november 2023 zei ze over zo’n universele grondwet:
‘Het gaat om een raamwerk met richtlijnen waar we ons allen aan dienen te houden. Het basisprincipe is dat je geen schade mag toebrengen aan anderen. Dat is een principe dat heel gebruikelijk is in de rechtspraak en bijvoorbeeld al het fundament was waarop het Romeinse recht was gebaseerd. Het is ook feitelijk onderdeel van de meeste rechtsordes ter wereld.’
In 2023 ontving Joyeeta Gupta de Spinozaprijs, de hoogste Nederlandse wetenschapsprijs. Het geld van de prijs gebruikt ze voor een onderzoek naar het ontwikkelen van zo’n grondwet. Over het vervolg van het proces vertelde ze in het interview:
‘Ik denk dat het een proces is dat via de Verenigde Naties moet verlopen. We gaan op zoek naar de grote verbindende principes in de diverse rechtssystemen in de wereld. Op een gegeven moment moet dat uitmonden in een nieuwe Verklaring van de Rechten van de Mens. Er zal dan een land zijn dat dit adopteert en het tijdens een VN-bijeenkomst agendeert. Daarna zal er waarschijnlijk nog jaren over worden gediscussieerd.’