• Website over de 23 grondrechten in de Nederlandse Grondwet
 

Grondrechten

Artikel 6

Alle Nederlanders hebben het recht om hun godsdienst of levensovertuiging vrij te tonen. Wel moet je je daarbij aan de regels van de wet houden.

 

 

TEKST GRONDWET

100000 Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.
2 De wet kan ter zake van de uitoefening van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

 

TOELICHTING

Het recht om vrij een godsdienst te belijden is het oudste grondrecht dat de Nederlandse wetgeving kent. Het kwam in 1579 als artikel 13 in de Unie van Utrecht. Deze respectabele leeftijd betekent overigens niet dat het onderwerp voortaan niet meer ter discussie stond. Feitelijk heeft de godsdienstvrijheid steeds voor nogal wat beroering gezorgd en dat duurt tot op de dag van vandaag voort. Zeker nu fundamentalistische stromingen binnen religies duidelijk van zich laten horen en hun rechten opeisen.

Scheiding kerk en staat
Van meet af aan is het de bedoeling van dit artikel geweest om een scheiding aan te brengen tussen kerk en staat. De neutraliteit van de staat stond in de wet voorop. Deze mocht nooit een voorkeur uitspreken voor één bepaalde geloofsinrichting.
Uiteraard mag een individueel politicus vanuit een bepaalde geloofsovertuiging handelen. In juli 2013 deed premier Rutte over het niet laten inenten van kinderen door hun ouders een opmerkelijke uitspraak. Volgens Rutte 'heeft God nooit bedoeld dat deze kinderen zo lijden als er tegelijkertijd in de wereld, waar God ook iets mee te maken heeft in mijn ogen, er ook voor is gezorgd dat er vaccins zijn'.
Hoewel in het streng-protestantse kamp de 'bemoeizucht' van de politiek gehekeld werd, waren de krantencommentaren het erover eens dat de minister-president als privépersoon het recht had om vanuit zijn persoonlijke geloofsopvatting zijn mening te geven.
Dezelfde scheiding van kerk en staat heeft ervoor gezorgd dat geschillen over het geloof niet aan de rechter voorgelegd mogen worden. De rechter mag niet oordelen op basis van theologische leerstellingen.

Afzijdige overheid
Art. 6 Gw is een van de zogeheten klassieke grondrechten. Kenmerk van zo'n grondrecht is dat de overheid zich van bepaalde zaken afzijdig moet houden in de zin van dat de overheid moet toestaan dat een burger anders denkt en handelt dan de meeste andere burgers.

Zo'n 'afzijdige' overheid betekent vervolgens niet dat de burger het ook maar zelf uit moet zoeken. Het kan noodzakelijk zijn dat de overheid politie inzet om ervoor te zorgen dat een bepaalde groep burgers van hun grondwettelijke recht gebruik kan maken. In dit verband is het aardig om te zien dat art. 11 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens de staat juist verplicht passende maatregelen te nemen om demonstranten te beschermen tegen bedreigingen van tegenstanders.
Duidelijk is wel dat een overheid zich niet heeft te bemoeien met de regels die een godsdienst zijn gelovigen oplegt. De laatste jaren hebben we in Nederland de nodige ervaringen opgedaan met allerlei zaken van godsdienstige aard. Eerder noemden we een eventuele vaccinatieplicht voor kinderen uit streng-christelijke gezinnen, maar denk bijvoorbeeld ook aan: het werken op zondag, het ritueel slachten, het dragen van kleding die het gezicht bedekt en het in dienst nemen van homoseksuelen in het bijzonder onderwijs.

Geloven doe je maar in de kerk
In een debat over de scheiding van kerk en staat op 14 juni 2012 zette de classicus Anton van Hooff het probleem als volgt neer:
Natuurlijk heeft iedereen het recht op zijn eigen godswaan. Geloven doe je echter maar in de kerk, moskee, tempel of synagoge. Daarbuiten gelden de wetten van de rechtsstaat.

Zo'n uitspraak komt in de richting van de opvattingen van hoogleraar theologie en islamologie Samir Khalil Samir. Onder de kop 'Religie is hier privé, moslims' schreef hij op 16 mei 2013 in Trouw:
Europa moet zijn identiteit duidelijk maken aan migranten. Moslims hebben geen idee wat secularisme inhoudt. De Islam is behalve een godsdienst ook een economisch systeem, een politiek project. In het Westen is religie een privézaak. Dat is een wereld van verschil. Je moet moslim-immigranten dat uitleggen voor ze hier komen.

Alles mag
Het kernprobleem waar elke overheid vroeg of laat tegenaan loopt is de vraag hoe je kunt beoordelen of er terecht een beroep op de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging wordt gedaan.
Tjitske Harmannij uit Oegstgeest vatte deze discussie aardig samen in een ingezonden brief in Trouw:
Raar land toch, Nederland. Ben je zwanger, dan mag je als aanstaande moeder niet zelf beslissen of je thuis of in het ziekenhuis bevalt. daarvan kun je de gevolgen als niet-medicus onvoldoende overzien. Is het kind eenmaal geboren dan mag je wel zelf beslissen om al dan niet te vaccineren. Het eventuele ernstig letsel of dodelijk gevolg is dan ondergeschikt aan principes. Maar probeer je om je kind alleen rauw voedsel te geven, wordt het uit huis geplaatst. Ik raad alle (aanstaande) moeders aan om bij dit soort beslissingen aan te geven dat je uit religieuze overtuiging handelt. Volgens mij mag dan alles in dit land.

Overheid en kerkasiel
Begin november 2018 deed Trouw verslag van
het kerkasiel van drie uitgeprocedeerde asielzoekers in een kerk in Den Haag. De kerkdienst duurde op dat moment al 500 uur. De dominee vertelde dat hij ook 's nachts zijn toga aan hield. Zolang de kerkdienst duurde, mocht de politie niet binnenkomen om de asielzoekers mee te nemen.

In de krant ontspon zich vervolgens een interessante discussie over het kerkasiel. Trouw-journalist Hans Goslinga vond dat het kerkasiel het vertrouwen in de democratische rechtsstaat ondergraaft en het risico op willekeur vergroot. Enkele dagen later reageerde de theoloog Peter-Ben Smit met de stelling dat in zijn ogen juist het omgekeerde waar is:
Het kerkasiel draagt bij aan het behoorlijk functioneren van de rechtsstaat. De kerken redden door hun protest het vertrouwen erin. Ze dragen bij aan een rechtsstaat die het vertrouwen van burgers ook verdient. Goslinga en anderen doen alsof het rechtssysteem waterdicht is. (...) Precies hier wordt de rol van de kerken belangrijk. Zij leggen bloot dat het recht geen machine is. Ze wijzen erop dat niet iedere toepassing van het recht ook rechtvaardig en moreel verantwoord is. Omdat het mensenwerk is en blijft.

De maand daarop kwam het kerkasiel in hetzelfde dagblad opnieuw in het nieuws toen de politie het hoofdkantoor van de Jehovah’s Getuigen in ­Emmen en twee andere kerken van de het genootschap binnenviel. binnengevallen. Aanleiding was een aantal aangiften van oud-leden vanwege seksueel misbruik.
Mag de overheid dus wél een kerk binnenvallen? Hoogleraar Religie en recht Fokko Oldenhuis in Groningen legt het in Trouw van 7 december 2018 zo uit:
Een kerkgenootschap staat niet boven de wet, de strafwet geldt ook voor de kerk. Als er vermoedens zijn van een overtreding of een misdrijf, heeft de officier van justitie het recht de politie een kerk te laten binnenvallen. De uitzondering daarop is de kerkdienst zelf. Tijdens een godsdienstoefening moet de politie buiten blijven.

 

TOELICHTING OP ONDERDELEN

'Godsdienst of levensovertuiging'
Bij de Grondwetswijziging van 1983 werd de draagwijdte van art. 6 Gw aanmerkelijk uitgebreid. Voortaan ging het artikel behalve over vrijheid van godsdienst ook over vrijheid van levensovertuiging. Het laatste begrip is niet alleen ruimer, maar ook meer onbepaald en daardoor minder grijpbaar. Is dit een individuele overtuiging of mag je van een gemeenschappelijke overtuiging uitgaan?
De wetgever zag dit soort problemen in 1983 al op zich afkomen en voegde daarom in het eerste lid van art.6 Gw de formulering 'behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet' toe. Ongewenste ontwikkelingen blijven zo enigszins binnen bereik van de wetgever.

Sommige juristen vinden dat als er sprake is van een levensovertuiging het toch in elk geval zou moeten gaan om een 'samenhangende levensbeschouwing, die de hele levensopvatting doortrekt en samenhangt met het geweten'. Anderen vinden dat je niet van mensen een 'niet-godsdienstige kopie van een godsdienstige overtuiging te eisen'. Jurisprudentie zal hier antwoord op moeten geven.

'Belijden'
Het woord 'belijden' kun je in het eerste lid van art. 6 Gw invullen als: 'Je mag die mening hebben, je mag die mening uitdragen en je mag met gelijkgezinden bij elkaar komen'. Het toestaan van het belijden van een godsdienst kan problemen geven als het botst.met de wettelijke voorschriften. Denk aan het dragen van een boerka.

Misschien wel het beroemdste voorbeeld in de Nederlandse jurisprudentie is het zogeheten AOW-arrest uit 1960 waarin een oplossing gezocht werd voor mensen die om godsdienstige redenen niet voor AOW in aanmerking wensten te komen er ook geen premie voor wilden betalen. De uitspraak van de Hoge Raad heeft deze 'gemoedsbezwaarden' hiervan formeel vrijgesteld. Tegenwoordig kent de AOW net als de overige volksverzekeringen een 'erkenning van gewetensbezwaren tegen het verzekeringsbeginsel'.
In de uitspraak stelde de Hoge Raad onder andere vast:
De godsdienstvrijheid valt niet samen met een ieders vrijheid om wettelijke voorschriften aan zijn godsdienstige opvattingen of aan zijn eigen overtuiging te toetsen'. Verderop staat in het vonnis: 'Godsdienstvrijheid betekent niet dat het een ieder zou vrijstaan zich te onttrekken aan een wettelijke regeling (...) door op grond van aan zijn godsdienstige opvattingen of overtuigingen ontleende bezwaren de nietigheid of ongeldigheid te zijnen aanzien in te roepen.

  • Uitspraak Hoge Raad uit 1960 niet digitaal beschikbaar (HR13.04.1960, NJ 1960/436).

'Behoudens ieders verantwoordelijkheid'
De laatste zin van het eerste lid geeft de wetgever de mogelijkheid om beperkingen aan te brengen. Een voorbeeld is het trouwen in de kerk. De wetgever vindt dit prima, maar eist dat het bruidspaar eerst een burgerlijk huwelijk sluit. Artikel 449 van het Wetboek van Strafrecht laat hier geen ruimte voor misverstanden:
De bedienaar van de godsdienst die, voordat partijen hem hebben doen blijken dat hun huwelijk ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand is voltrokken, enige godsdienstige plechtigheid daartoe betrekkelijk verricht, wordt gestraft met geldboete van de tweede categorie.

'Buiten besloten plaatsen'
De passage die beperkingen stelt aan de plaats van de godsdienst, heeft een lange voorgeschiedenis die misschien wel teruggaat naar de hagenpreken uit de zestiende eeuw toen de protestanten buiten de kerk in het veld godsdienstoefeningen organiseerden.
Ook de processies van de katholieke kerk vielen een tijdlang onder deze bepaling. Van 1848 tot en met de Grondwet van 1972 gold in Nederland het zogeheten processieverbod dat Thorbecke indertijd al 'intolerant' noemde. In 1962 nog stelde de Hoge Raad vast dat dit verbod niet in strijd was met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Pas in 1983 verdween het processieverbod uit de Grondwet.

Tegenwoordig wordt de organisatie van processies geregeld in de Wet openbare manifestaties uit 1988. Deze wet geldt namelijk niet alleen voor vergaderingen, maar ook voor betogingen en de uitoefening van het recht tot het belijden van godsdienst en levensovertuiging op openbare plaatsen. Op basis van deze wet mag de overheid alleen beperkingen opleggen als de gezondheid in gevaar komt, verkeersproblemen dreigen of  als er wanordelijkheden dreigen (voetbalwedstrijden). Dus niet als er ideeën worden verkondigd dat een minister niet aanstaan...

Artikel 1 van de Wet openbare manifestaties definieert een onderscheid tussen openbare en niet-openbare plaatsen:

1   In deze wet wordt verstaan onder openbare plaats: plaats die krachtens bestemming of vast gebruik openstaat voor het publiek.
  Onder openbare plaats wordt niet begrepen een gebouw of besloten plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Grondwet.

In het algemeen geldt voor niet-openbare plaatsen dat het verblijf daar aan een bepaald doel gebonden. Of bijvoorbeeld als er een toegangsprijs wordt geheven.


NIEUWSITEMS

 

ACTUEEL

Godsdienstige uitingen in de openbare ruimte

De rechter krijgt steeds meer zaken met een min of meer godsdienstige achtergrond voorgelegd die we tot nu toe in onze maatschappij niet kenden. Wat te denken van een groep buurtbewoners die zich boos maken over een pastoor die bij nacht en ontij de klokken luidt om de gelovigen naar de kerk te halen...
In deze zaak die in 2010 in Tilburg speelde, baseerde de rechter zijn vonnis niet op Artikel 6 van de Grondwet, maar gewoon op de bepalingen in de Hinderwet.

In dat verband is ook het zogeheten islamobieltje interessant. Het gaat om een mobiele telefoon die oproept tot gebed, de richting van Mekka aangeeft en de complete tekst van de koran bevat. Moslim-theologen zien zo'n mobieltje als een geheiligd voorwerp. Dus is er sprake van een godsdienstige uiting in de openbare ruimte?

 

Verbod op godslastering afgeschaft

In 1932 is art. 6 Gw uitgewerkt in artikel 147 en 147a van het Wetboek van Strafrecht in een verbod op 'smalende godslastering'. Artikel 147 zegt dat met een gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie degene wordt gestraft 'die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, door smalende godslasteringen op voor godsdienstige gevoelens krenkende wijze uitlaat'. Sindsdien zijn er negen keer mensen voor godslastering veroordeeld.

De genadeslag voor artikel 147 kwam toen Gerard Reve beschreef hoe God op aarde terugkeerde als een ezel waarmee Reve geslachtsgemeenschap met het ezeltje had. Er werden pogingen in het werk gesteld werden om hem op grond van artikel 147 veroordeeld te krijgen. Ondanks alle consternatie werd Reve in het spraakmakende 'Ezelarrest' door de Hoge Raad vrijgesproken. Sindsdien is er in Nederland niemand meer voor smalende godslastering veroordeeld.

In 2009 kwamen D66 en SP - aanvankelijk ook samen met de VVD - met een initiatiefwetsvoorstel om artikel 147 af te schaffen. Ze motiveerden hun voorstel onder andere met de constatering dat het belangrijk was om een slapende bepaling niet de kans te geven om ooit weer wakker te worden gemaakt.
SP-woordvoeder Jan de Wit schreef op de website van zijn partij onder andere:
Deze bepaling is tachtig jaar geleden in het wetboek gekomen om foute redenen, namelijk om een niet-gelovige minderheid de mond te snoeren. Vandaag zetten we een juiste stap, door een wetsartikel dat onderscheid maakt tussen gelovigen en niet-gelovigen uit de strafwet te halen.

Met de stemmen van SGP, ChristenUnie en CDA tegen hebben de Tweede Kamer in april 2013 en vervolgens de Eerste Kamer in december van dat jaar ingestemd met het initiatiefwetsvoorstel van D66 en de SP om het artikel uit het Wetboek van Strafrecht te halen. Zie artikel bij ACTUEEL.


JURISPRUDENTIE

Biljarten op zondag

In april 2016 deed het College voor de Rechten van de Mens (voorheen de Commissie Gelijke Behandeling) uitspraak in de zaak van een man die om redenen van geloof niet wilde biljarten op zondag en daardoor belangrijke wedstrijden miste.
De heer X was lid van de biljartvereniging in zijn woonplaats. Vanwege zijn geloofsovertuiging mocht hij op zondag niet biljarten. De man nam deel aan de competitie van de Koninklijke Nederlandse Biljartbond die sommige wedstrijden van X liet spelen op zondag. X vroeg de KNBB zijn wedstrijden op een andere dag te mogen spelen, maar de bond weigerde dit. X legde de zaak voor aan het College voor de Rechten van de Mens.

Het college stelde vast dat het organiseren van biljartwedstrijden op zondag in het nadeel is van mensen die vanwege hun geloof die dag niet mogen sporten. Toch is het organiseren van een activiteit op zondag niet verboden als hiervoor een goede reden is. De KNBB voerde als argument aan dat op zondag de meeste spelers en bezoekers kunnen komen. Volgens het college kon de bond echter niet aantonen dat er minder spelers en bezoekers kwamen als de zondag wedstrijdvrij werd gehouden, dus discrimineerde de KNBB de man door het organiseren van wedstrijden op zondag. Er was volgens het College voor de Rechten van de Mens sprake van een verboden onderscheid door de KNBB jegens X op grond van godsdienst.

 

De Zusters van Sint Walburga toch gewoon een seksclub

In de jaren tachtig deed de politie regelmatig invallen in een seksclub in Amsterdam. De eigenaars waren dit zat en verklaarden hun onderneming tot een 'godsdienst', namelijk de 'Kloosterorde der Zusters van Sint Walburga, Sectie Nederland'. Het zou gaan om een zelfstandig onderdeel van de 'Kerk van Satan'. Voortaan konden de politie-invallen bestempeld worden als een verstoring van een godsdienstuitoefening...

In 1986 boog de Hoge Raad zich uiteindelijk over dit 'religieuze' probleem. De raad kwam tot de conclusie dat 'de activiteiten van Sint Walburga zich niet onderscheiden van de gewone seksclub'. Verderop stelde de raad vast: 'Noch bij de bezoekers, noch bij de optredende vrouwen is enigerlei religieuze ervaring waar te nemen.'

  • Uitspraak Hoge Raad uit 1897 niet digitaal beschikbaar (HR 31.10.1986, NJ 1987/173)

Inhoudelijk vergelijkbaar met de zaak van de Zusters van Sint Walburga is die van de Kerk van het Vliegende Spaghettimonster waarvan de aanhangers de rechter vroegen met een pasfoto met een vergiet als hoofddeksel op officiële pasfoto's te mogen. Zie de artikelen hierover bij NIEUWSITEMS.

 

Harddrugs op godsdienstige basis in de Santo Daime-kerk

Het Openbaar Ministerie klaagde in 2001 een dame aan voor het in bezit hebben van ayahuaska-thee, een geestverruimend middel dat onder de Opiumwet viel. De Amsterdamse rechtbank oordeelde echter anders. Deze thee was weliswaar wettelijk verboden, maar vormde een centraal ritueel in de Santo Daime-kerk waar de betrokken vrouw bij aangesloten was. Het is dus niet aan een enkel individu te beslissen of bepaalde gedragingen onder de vrijheid van godsdienst vallen.

 

EUROPEES RECHT

Vooraf

  • Staatsrechtelijk is de Nederlandse wetgeving inclusief Grondwet ondergeschikt aan het Europees recht. Mochten Nederlandse wetten de burger echter méér garantie bieden, dan heeft hij aanspraak op de meest vergaande bescherming, in dit geval van de Nederlandse wet. Lees meer over de relatie tussen Grondwet en Europese grondrechten en de manier waarop de rechter daarmee om gaat.
  • De integrale teksten van de verdragen en andere regelgeving hieronder vindt u bij de downloads.

Handvest Grondrechten Europese Unie

  • Art. 10 lid 1 Hv   Art. 6 Gw spreekt over vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, terwijl het Handvest Grondrechten en andere internationale en Europese verdragen doorgaans de ruimere en meer individueel gerichte trits ‘vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst’ wordt gehanteerd.

Europees Verdrag Rechten van de mens

  • Art 9 lid 1-2 EVRM   Ook het Europees Verdrag hanteert het begrip 'vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst’. Het tweede lid noemt de mogelijke beperkingen van dit recht:
    De vrijheid van godsdienst kan aan geen andere beperkingen worden onderworpen onderworpen dan (...) op het gebied van: openbare veiligheid, openbare orde, gezondheid, goede zeden, bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

Uitgelicht


Statenverkiezingen in Caribisch Nederland
In 2010 zijn Saba, Sint-Eustatius en Bonaire bijzondere gemeenten van Nederland geworden. Bij deze operatie werd vergeten om de drie bij een provincie in te delen met als gevolg dat de Nederlandse staatsburgers daar niet in de gelegenheid zouden zijn om (indirect) hun stem uit te brengen voor de Eerste Kamer.
Om het probleem op te lossen is de Kieswet aangepast en daarvoor moest in 2017 ook de Grondwet veranderd worden. Aanvankelijk was het plan om de drie betrokken eilandsraden mee te laten stemmen voor de Eerste Kamer. Daar deed zich echter de moeilijkheid voor dat net als bij de gemeenteraden ook niet-Nederlanders voor de eilandraden mogen stemmen, terwijl voor de Statenverkiezingen het Nederlanderschap een vereiste is.
Voor de drie kleine Caribische eilanden is daarom een aparte verkiezing in de Kieswet bedacht. Tegelijk met de eilandsraadverkiezingen mogen de kiesgerechtigden met een Nederlandse nationaliteit op de eilanden ook hun stem uitbrengen voor een ‘kiescollege’. Dit college heeft als enige taak mee te doen aan de Eerste Kamer-verkiezingen. Samen zijn de drie eilanden goed voor 0,11 Kamerzetel.
(gepubliceerd op 19.03.2019)

Knipoog

Een groot misverstand

Op 26 maart 2019 is filosoof Daan Roovers benoemd tot de nieuwe Denker des Vaderlands. Die dag stond ze in een interview met Trouw onder andere stil bij de vrijheid van meningsuiting die in artikel 7 van onze Grondwet vastligt.
Er bestaat volgens Daan Roovers een groot misverstand rond het begrip:
Mensen denken dat elke uitspraak of elk vooroordeel dat je uitspreekt bijzondere bescherming verdient. Dat is denk ik een groot misverstand. De vrijheid van meningsuiting is een politiek recht van burgers ten opzichte van de overheid. Niet van kinderen ten opzichte van hun ouders, of van burgers ten opzichte van elkaar. En bij die vrijheid hoort trouwens dat je bereid bent om je mening ter discussie te stellen en kritiek van anderen aan te neme. Dát is het publieke debat.
(gepubliceerd op 26.03.2019)