Kamerleden 'zonder last' in de CDA-fractie?
Pieter Omtzigt schrijft in zijn memo van 12 juni 2021 dat nieuwe Kamerleden hun steun aan hem hebben moeten bekopen met een lage plaats op de CDA-lijst.
Website over de 23 grondrechten in de Grondwet
Pieter Omtzigt schrijft in zijn memo van 12 juni 2021 dat nieuwe Kamerleden hun steun aan hem hebben moeten bekopen met een lage plaats op de CDA-lijst.
In ons Dossier Grondwetswijzigingen houden we de mogelijke veranderingen in de Grondwet bij. We hebben het vernieuwd en uitgebreid.
In de notulen uit 2019 van de kabinetsvergaderingen over de toeslagenaffaire is het informeren van de Tweede Kamer een onderwerp dat vaak terugkeert. Evenals de vraag: is hier gehandeld in strijd met art. 68 Gw?
De Autoriteit Persoonsgegevens ontving in 2020 in totaal 25.590 klachten over mogelijke misstanden met persoonsgegevens. Er is grote achterstand in de behandeling van de klachten.
Een jaar lang zorgde de coronacrisis voor opvallende staatsrechtelijke kwesties. In februari leek een regelrechte crisis in aantocht toen de rechter de avondklok dreigde op te heffen.
Tijdens de verhoren in de Toeslagenaffaire dook de 'Rutte-doctrine' voor het eerst op. De vraag is: op welke informatie hebben de Tweede Kamer, de pers en de Nederlandse burgers recht?
Na een akkoord over een aantal knelpunten tussen coalitie en oppositie zijn Tweede en Eerste Kamer akkoord gegaan met de Tijdelijke wet maatregelen covid-19.
Na veel kritiek is het kabinet teruggekomen op zijn plan om voor de zomer een coronawet te realiseren. Inhoudelijk is het nieuwe voorstel inmiddels flink afgezwakt.
De Raad van State vindt dat ministers de Kamer nogal eens slecht informeren en dat de Tweede Kamer vaak meer bezig lijkt met 'scoren' dan met het controleren van de macht.
Er ontstond de afgelopen weken onrust over de grondrechtelijke aspecten van coronamaatregelen. Onlangs kwam de Raad van State met een advies.
In zijn Jaarverslag 2019 stelt de Raad van State vast dat de politiek steeds vaker voorbij lijkt te gaan aan de scheiding der machten.
Het hoogtepunt van de coronacrisis lijkt begin mei voorbij. De eerste lockdown-maatregelen verdwijnen. De noodverordening is ter discussie komen te staan.
Op 23 maart besluit het kabinet in verband met de coronacrisis onder andere tot 1 juni 2020 grote bijeenkomsten te verbieden. Wat zijn de gevolgen voor onze grondrechten?
Met 58 voor en 14 stemmen tegen heeft de Eerste Kamer zich op 11 februari 2020 uitgesproken tegen het afschaffen van de Eerste Kamer.
Minister Slob heeft in november een wetsvoorstel ingediend dat het burgerschapsonderwijs in basisonderwijs en voorgezet onderwijs minder vrijblijvend wil maken.
Ruim een half jaar na Lage Drempels, hoge dijken van de Staatscommissie Parlementair stelsel heeft minister Ollongren gereageerd op de conclusies van het eindrapport.
De Raad van State vindt dat de wetgever steeds vaker een stapje terug doet ten gunste van de uitvoerende macht. Daarmee geeft de politiek een deel van zijn taak vrijwillig uit handen.
In Tholen ontspon zich de afgelopen weken de discussie of het verplicht uitspreken van het ambtsgebed bij het begin van raadsvergaderingen strijdig was met de scheiding van kerk en staat.
Om de oplopende kosten van de sociale advocatuur terug te dringen wil minister Dekker eerst een 'poortwachter' laten beslissen of iemand recht heeft op een gesubsidieerde advocaat.
Op dit moment duurt het weken voor het Openbaar Ministerie toestemming van de rechter heeft om een verdacht pakketje van Post NL te openen. Dat zou snel moeten veranderen, vindt het OM.

Rechter als schuldige
In februari zette de rechter een streep door een inreisverbod voor drie conservatieve islamitische predikers dat de ministers Faber en Van Weel hadden uitgevaardigd. Minister Faber noemde de uitspraak van de rechter 'een zwarte dag’, Van Weel had het over 'een teleurstellende uitkomst'. De rechter werd in de socials zwaar onder vuur genomen.
Voorzitter Marc Flierstra van de Vereniging voor Rechtspraak hekelde in Trouw van 25 februari 2025 de reactie van beide ministers: ‘Door dit soort uitspraken denken mensen dat het door deze rechter komt dat de haatpredikers Nederland in mochten. De ministers zijn zo medeschuldig aan het creëren van een klimaat waarbij deze rechter als schuldige wordt gezien. Het probleem lag bij het besluit van de ministers. Die hebben hun huiswerk niet goed gedaan. Als je dat nalaat, moet je vervolgens niet verbaasd zijn als een rechter gewoon zijn werk doet en oordeelt: Zo kan het niet. (06.04.2025)

Hans Verbeek
De vergeten minister-president
Hans Verbeek beschrijft het leven van Gerrit Schimmelpenninck (1794-1863), de eerste minister-president van Nederland. Deze was in 1848 de grote tegenstander van Thorbecke bij het tot stand komen van de nieuwe grondwet. Verbeek wil in zijn boek het beeld nuanceren van de progressieve liberaal Thorbecke tegenover een conservatieve graaf Schimmelpenninck die niets van grondwetswijzigingen wilde weten.
Aan de hand van een reconstructie van de gebeurtenissen in 1848 beschrijft Verbeek de opkomst en ondergang van deze markante man. Schimmelpenninck had een verleden als directeur van de Nederlandsche Handelmaatschappij en diplomaat in Londen en Sint-Petersburg. Ook speelde hij ook een belangrijke rol bij de troonsopvolging van Willem II. (20.04.2026)
ISBN 9789044660586, Prometheus Amsterdam, 2026

Het voorkomen van het kwaad
Bij de behandeling van de asielwetten in de Eerste Kamer in april 2026 kwam ook de functie van de Eerste Kamer weer eens uitgebreid aan de orde. Een discussie die al in 1848 ontstond toen de liberale coryfeeën Johan Rudolph Thorbecke en Dirk Donker Curtius het volkomen oneens bleken over de toekomst van de Eerste Kamer.
Bij zijn pogingen om de Nederlandse staatsinrichting te hervormen was Thorbecke in 1848 stellig van plan om de Eerste Kamer op te heffen. Hij noemde deze ‘zonder grond en doel’.
Dat dat niet lukte, moet op het conto van minister Donker Curtius worden geschreven. In zijn biografie De man van 1848 over Dirk Donker Curtius schrijft Mathijs van de Waardt over deze kwestie (pag. 246):
Donker zocht in de Eerste Kamer een instelling voor 'bedaarde overweging'. De Eerste Kamer was 'een waarborg tegen overijling, eene beperking van hartstogten in onrustige tijden, een bolwerk voor de troon' en daarnaast 'een krachtigen steun der wet'.
Dat de Kamer zelf niet veel bewerkstelligde, maar een waarborg was, was voor Donker evident. Hij benadrukte nog eens ‘dat in het algemeen het nut eener Eerste Kamer, hoe ook zamengesteld, meer gelegen is in het voorkomen van het kwaad dan in het stichten van het goede.
(20.04.2026)